Proefschriftprijzen

We proberen een zo volledig mogelijk overzicht te krijgen van de prijzen die je kunt winnen voor je proefschrift. Dus weet je een prijs die hier niet in de lijst staat, stuur ons dan een bericht!

Abbas Dissertatie Prijs
Anéla/AVT Dissertatieprijs
Backer-KNCVprijs
BIVEC-GIBET PhD Award
Boekman Dissertation Prize
Christiaan Huygens prijs
Dirk Jacob Veegens Prijs
Dondersprijs
Dr. C.J. Roosprijs
Einthoven Dissertatieprijs
E.W. Beth Dissertation Prize
FOM Natuurkunde Proefschrift Prijs
Harry Honée proefschriftprijs
Harry Meinardi proefschriftprijs
Herman Schaalma Award van de European Health and Psychology Society
KNCV Prijs Milieuchemie (-toxicologie en -technologie)
Max van der Stoel Human Rights Award
NVKF&B-Proefschriftenprijs
NVMO-prijs Beste Proefschrift
NKWP Jaarprijs Politicologie
NOBEM dissertation of the year prize
PhD Award of Rehabilitation Medicine
Studieprijs Stichting Praemium Erasmianum
TulipMed Prijs voor Sportgeneeskunde
van Swinderenprijs
Van Woudenberg Dissertatieprijs
VWR Dissertatieprijs
WCF-proefschriftprijs
Willem Nagelprijs

Geschiedenis

In 1986 werd het AIO stelsel ingevoerd, waarmee een duidelijk juridisch en formeel kader voor assistenten en onderzoekers in opleiding (AIO/OIO) werd vastgelegd. Meteen vanaf het begin wilden de AIOs en OIOs betrokken zijn bij de verdere ontwikkeling van dit belangrijke AIO stelsel. Om deze taak zo goed mogelijk te vervullen is in 1987 het Landelijk AIO (en OIO) Overleg (LAIOO) opgericht.

Het LAIOO was samengesteld uit een Dagelijks Bestuur, vertegenwoordigers van Plaatselijke Organisaties, vertegenwoordigers van de Ondernemingsraad Projectmedewerkers  NWO (NWO-ORP), en vertegenwoordigers van het Landelijk Overleg beursPromovendi (LObP). Vanaf het begin is gekozen voor een getrapte belangenbehartiging. Individuele AIOs en OIOs konden lid worden van de organisaties die op lokaal niveau opereerden maar niet van het overkoepelende LAIOO. Van meet af aan werd er gretig gebruik gemaakt van de diensten van het LAIOO door de andere spelers in het universitaire speelveld. Daarnaast waren er ook altijd enthousiaste AIOs en OIOs te vinden die het vuur van de belangenbehartiging aan wilden blijven wakkeren. Het kon en kan namelijk altijd beter.

Met de invoering van de UFO (Universitaire Functie Ordening) in 2003 werd de term AIO en OIO vervangen door de term promovendus. De opvolger van het AIO-stelsel was hierdoor ook gekomen (al was dat formeel pas in 2005 door de CAO NU): het promovendistelsel. Daarnaast was het werkgeverschap van de AIOs en OIOs van het NWO in fases overgegaan naar de universiteiten. Hierbij kwam ook nog eens de overgang van de Medische Faculteiten naar de Universitaire Medische Centra, waardoor promovendi nu ook in dienst konden zijn bij Academische Ziekenhuizen. Om in te spelen op deze ontwikkelingen en ervoor te zorgen dat de naam ook de lading dekte, heeft het LAIOO in 2003 haar naam veranderd in het Promovendi Netwerk Nederland (PNN). Het PNN is sindsdien onverminderd doorgegaan met haar visie te geven op het Nederlandse promotiestelsel. Verder heeft het PNN samen met op al de verschillende universiteiten werkzame promovendi ervoor gezorgd dat op elke universiteit een actieve promovendivertegenwoordiging aanwezig is. Daarom kan het PNN met trots zeggen dat zij alle promovendi in Nederland vertegenwoordigen.

Afronding

De afronding van het proefschrift en de promotieplechtigheid vergen de nodige voorbereidingen. Begin hier tijdig mee en lees de volgende tips door.

Kosten
Aan de promotie hangt een kostenplaatje, maar het levert vaak ook geld op. Sommige kosten zijn namelijk aftrekbaar bij de belasting. De kosten van je promotie hangen van een aantal zaken af, zoals de hoeveelheid proefschriften die je laat drukken, de dikte van je proefschrift, het aantal mensen dat je uitnodigt voor de receptie, feest of diner.

Hieronder enkele bedragen ter indicatie:

  • Proefschrift: € 2.000 tot € 3.500
  • Kleding: € 150 tot € 450
  • Receptie: € 350 tot € 700
  • Diner/buffet: € 20 tot € 40 per persoon
  • Feest: € 1.200 tot € 4.500

De promotie levert echter ook enkele baten op. Je krijgt van de universiteit een vergoeding voor de proefschriften die zij via de Pedel afnemen. Vaak is er een additionele vergoeding omdat er een aantal proefschriften naar andere universiteiten etc. moeten worden gestuurd, de zogenaamde ‘verplichte lijsten’. Verder kun je proberen om bij fondsen of het bedrijfsleven subsidies te krijgen, bv. in ruil voor het noemen van de bedrijfsnaam en het toesturen van een aantal exemplaren van je proefschrift. Informeer echter even bij je eigen universiteit wat hieromtrent het beleid is, voor sommige universiteiten zijn hier namelijk regels voor op gesteld of is het expliciet niet toegestaan.

Sinds dit jaar zijn de kosten voor promotie aftrekbaar voor de belastingen als scholingskosten. De promotie leidt namelijk tot een verbetering van de financieel-economische positie van de promovendus. Ook de kosten rond de promotieplechtigheid zijn aftrekbaar, zoals de huur van gelegenheidskleding voor jezelf en de paranimfen (Bron: Ministerie van Financiën, 10-2-2004, nr. CPP2003/2833M). De kosten van de receptie zijn vanaf 2013 niet langer aftrekbaar. Voor meer informatie: zie de website van de Belastingdienst of bel met de Belastingtelefoon (0800 0543).

Tijdsplan
Voor je kunt promoveren moet veel geregeld worden. Lees hier welke zaken je voor je promotie geregeld moet hebben.

6 maanden voor promotie

  • Lees het promotiereglement en andere informatie met betrekking tot promoveren van je universiteit
  • Eerste formulier (soort intentieverklaring) m.b.t. de promotie invullen
  • Met je promotor een commissie vaststellen voor het lezen en beoordelen van het proefschrift en voor het opponeren
  • Informatie opvragen bij verschillende drukkers
  • Bedenk hoe je de promotiedag wilt indelen, en vraag informatie en offertes aan voor diner en/of feest

3-4 maanden voor promotie

  • Het proefschrift moet worden opgestuurd naar de leescommissie
  • Maak een afspraak met de Pedel en stel een datum vast, in overleg met je promotoren, copromotor en eventuele buitenlandse opponenten (soms mag de datum pas worden vastgesteld na goedkeuring van de leescommissie)
  • Na goedkeuring van de leescommissie moet er een formulier worden ingevuld (door de promotor)
  • Informatie opvragen bij verschillende drukkers
  • Bedenk hoe je de promotiedag wilt indelen, en vraag informatie en offertes aan voor diner en/of feest
  • Maak een afspraak met de drukker en bespreek de lay-out en mogelijkheden van je proefschrift
  • Vraag een ISBN-nummer voor je proefschrift aan
  • Vraag subsidies aan voor je proefschrift
  • Rond het proefschrift af, inclusief omslag, titelpagina’s (vaak is goedkeuring van de Pedel vereist), samenvattingen en dankwoord
  • Layouten van het proefschrift
  • Wie worden je paranimfen?
  • Ga kijken bij feestlocaties en maak de definitieve reservering
  • Regel de receptie (zie informatie eigen universiteit)

2-1 maanden voor promotie

  • Het proefschrift moet naar de drukker!
  • Maak een adresbestand voor de verzending van je proefschriften (promotoren, copromotor, opponenten, subsidiegevers, collega’s, contacten buiten universiteit, mensen werkzaam op hetzelfde gebied, vrienden, familie etc.) De pedel neemt vaak een aantal af voor de hoogleraren van je faculteit
  • Verspreiding van de proefschriften
  • Bestel de rokkostuums of koop leuke promotiekleding
  • Regel een fotograaf, video-opname, geluidsopname etc.

De laatste weken

  • Maak de slides voor het lekenpraatje (indien van toepassing)
  • Herbevestig de gemaakte afspraken voor de receptie, diner, feest en fotograaf en overleg over de details
  • Berereid je voor op de promotie, bv door:
  • Nogmaals het promotiereglement door te lezen. Bv. hoe moet je de opponenten aanspreken?
  • Het houden van een proefpromotie met collega’s
  • Recente artikelen en klassiekers na te lezen
  • De commentaren van reviewers op je artikelen en je antwoorden daarop nog eens te lezen
  • Per hoofdstuk de sterke en zwakke punten te noteren
  • Per hoofdstuk een aantal mogelijke vragen te bedenken

 

Tips voor promovendi
Naar aanleiding van een eigen dip tijdens zijn promotieonderzoek, schreef Herman Lelieveldt een boek over zijn promotie-ervaringen, vol tips en waarschuwingen voor nieuwe promovendi.

‘Promoveren, een wegwijzer voor de beginnend wetenschapper’ is verschenen bij Aksant in Amsterdam (ISBN 90 5260 002 3).

Loopbaanbegeleiding

Uiteindelijk kan niet iedere promovendus aan het einde van zijn promotietraject in de wetenschap terecht. De vanzelfsprekendheid waarmee dit hier staat geschreven is echter geen algemeen goed. Veel promovendi starten een promotietraject met het idee daarmee definitief voor de wetenschap gekozen te hebben. Ook begeleiders zijn zich vaak niet bewust van de carrièreperspectieven van de startende promovendus. Concreet betekent dit dat er bij de werving van promovendi en ook tijdens de promotiefase meer aandacht moet komen voor de periode na de promotie en de mogelijkheden van de promovendus binnen en buiten de wetenschap. Als een promovendus bijvoorbeeld een goede kans wil hebben op het binnenhalen van subsidies na de promotie, kan er bewust voor worden gekozen tijdens het promotietraject buitenlandervaring op te doen.

Naast het vergroten van de kansen op een plek binnen de academie kan een promovendus zich tijdens zijn promotiefase ook voorbereiden op een eventuele carrière buiten de wetenschap. Er zouden bijvoorbeeld al tijdens het promotietraject contacten kunnen worden gelegd met het bedrijfsleven of de overheid door middel van een duaal promotietraject, een stage of een mentor. Een ander belangrijk aspect voor een goede doorstroming van promovendi naar het bedrijfsleven is een brede opleiding voor promovendi. In plaats van louter onderzoeksgericht onderwijs aan te bieden, is het van belang promovendi ook zogenaamde transferable skills mee te geven. Dit zijn vaardigheden die ook buiten de wetenschap van waarde zijn, zoals management- en presentatievaardigheden. Op deze wijze worden jonge promovendi beter voorbereid op een carrière buiten de wetenschap en zijn zij voor het bedrijfsleven aantrekkelijker. Voor concrete hulp bij het nadenken over en vinden van een baan buiten de wetenschap kunnen universiteiten arbeidsmarktbureaus instellen, of de bestaande bureaus voor studenten de taak geven ook promovendi hiermee te helpen.

Loopbaanbegeleiding voor promovendi gelieerd aan een universiteit
In de CAO NU wordt er aandacht besteed aan rechten en plichten van zowel werkgever als werknemer omtrent loopbaanbegeleiding. Het loopbaanbeleid (Artikel 6.5) geeft aan dat iedere werknemer die voor twee jaar of meer in dienst is, waaronder dus ook promovendi, in de gelegenheid wordt gesteld om loopbaanadvies in te winnen bij een professionele organisatie. Dit wordt betaald door de universiteit. Het moet op een zodanig tijdstip plaatsvinden dat het ook bruikbaar is voor een individueel begeleidingstraject, dat erop gericht is op het vermeerderen van de kansen op de interne of externe arbeidsmarkt. Onder meer middels loopbaanbeleid proberen de universiteiten ontplooiingsmogelijkheden en carrièreperspectieven van promovendi te bevorderen.

Hoewel voor promovendi het Opleidings- en Begeleidingsplan (OBP) een belangrijk scholingselement in zich heeft, kan je je als promovendus ook beroepen op Artikel 6.9 van de CAO dat gaat over scholing. Hierin valt te lezen dat het op peil houden van kennis en ervaring van de werknemer om de kansen op de arbeidsmarkt, zowel binnen als buiten de academische sector, te behouden en zo mogelijk te versterken, een gezamenlijk verantwoordelijkheid is van werkgever en werknemer. De universiteit kan je verplichten bepaalde opleiding of studie te volgen, jij hebt recht op scholing en je kunt de universiteit verplichten daarvoor faciliteiten te verlenen. Scholing van zogenoemde transferable skills vallen hier ook onder. Een stage kan een ander voorbeeld zijn.

Loopbaanbegeleiding voor promovendi gelieerd aan een universitair medisch centrum
Hoofdstuk 3 van de CAO UMC behandelt aspecten van loopbaanontwikkeling en de scholing die daarbij komt kijken en het functioneren van werknemers en hoe dat beoordeeld wordt. Als OIO heb je recht om je zo te ontwikkelen en te scholen dat je in staat bent je functie adequaat uit te oefenen (Artikel 3.1). De kosten en tijd die je hiermee kwijt bent zijn voor rekening van het UMC. Verder heb je ook recht op scholing en opleiding voor het uitoefenen van een andere (toekomstige) functie wanneer dat past in je loopbaanvooruitzicht en je daarover afspraken maakt binnen een jaargesprek. Kosten en tijd zijn in principe voor de helft voor eigen rekening, maar je kunt heel goed afspraken hierover maken dat de werkgever alles betaald. Zorg dat je zulke afspraken maakt en leg ze vast! Artikel 3.1.1 definieert de kosten die betaald worden, waar onder curus-, les-, of schoolgelden, reiskosten, examenkosten, etc. Hoewel je als OIO vaak binnen een landelijke onderzoekschool of lokale graduate school opleidingen krijgt aangeboden en kunt volgen waarbij je geen kosten hoeft te betalen, is het dus ook mogelijk om voor jezelf, je onderzoek, of je vervolgcarrière belangrijke scholing te volgen. Er gelden in de CAO echter wel voorwaarden voor de vergoeding (Artikel 3.1.2).

Verder heeft iedere werknemer van een UMC een persoonlijk budget tot zijn beschikking. Dit was over het jaar 2008 een maandelijkse opbouw van 0,25% van het genoten salaris. In 2009 is dit 0,5% en in 2010 1%. Dit budget wordt in prinicpe aangewend voor uitgaven ten behoeve van ontwikkeling in 2010 (Artikel 3.2.2). Stel dat je in 2008 bent begonnen dan loopt dit persoonlijk budget op tot zo’n 500 euro in 2010. Dit bedrag komt bovenop de eerder geschetste opleidingskosten. Het is dus een extraatje wat je in mag zetten voor je eigen ontwikkeling. Je kunt dit bijvoorbeeld inzetten voor loopbaanadvies. Echter, loopbaanadvies (Artikel 3.5) kun je ook verkrijgen bij een door de WERKGEVER aan te wijzen INTERNE deskundige (?!?). Als wordt besloten een externe deskundige in te schakelen gebeurt dit in overleg met de medewerker. Het PNN adviseert om altijd te kijken of je bij een externe organisatie loopbaanadvies kunt krijgen. Besteed hier aandacht aan in je functioneringsgesprek(ken).

Loopbaanbegeleiding voor promovendi gelieerd aan een onderzoeksinstelling
In de CAO OI is een regeling omtrent de inzet van maximaal 10 vakantiedagen (Artikel 12.6 lid 5) ten behoeve van carrièregerichte maatregelen. Het is vanaf 2007 verplicht om hier in het jaargesprek afspraken over te maken. Gegeven het feit dat er door OIOs vaak niet alle vakantiedagen opgemaakt worden, kunnen afspraken gemaakt worden om 10 vakantiedagen om te zetten in een budget voor jezelf om bijvoorbeeld loopbaanadviestrajecten te volgen. Dit budget is in je eerste jaar zo’n 950 euro tot 1250 euro in het vierde jaar. Hiervoor dien je wel 10 vakantiedagen in te leveren. Overigens betekent dit niet dat het verplichte cursusaanbod hieruit betaald dient te worden, want dit moet door de werkgever betaald blijven worden (Artikel 12.6 lid 5). Informeer over de mogelijheden en regelingen bij je personeelsdienst.

Tot slot
Jouw carrière is JOUW carrière. Hoewel het PNN van mening is dat de werkgever actief moet zijn in het begeleiden van promovendi naar een vervolgbaan, ligt hier ook nadrukkkelijk een taak voor promovendi zelf. Informeer tijdig naar de mogelijkheden die jouw promotor(es), begeleider(s), of collega(e) zien met betrekking tot een vervolgcarrière in de wetenschap. Praat ook over hetgeen je zelf kunt doen om die kans te vergroten en informeer daarbij ook naar de facilteiten die jouw werkgever daarin biedt. De hierboven geschetste instrumenten zijn in ieder geval voorhanden, maar wellicht is er meer. Stel loopbaanadvies ook nadrukkelijk centraal zodra je op de helft van je promotietraject bent. De ervaring leert dat het laatste jaar veel te druk is om loopbaanadvies en -begeleiding te krijgen. Gebruik hiervoor vooral je derde jaar. Orienteer je ook nadrukkelijk op de externe arbeidsmarkt, want 8 van de 10 promovendi komen uiteindelijk buiten het academische onderzoeksveld terecht.

Buitenland

Het is mogelijk om een promotieonderzoek gedeeltelijk of geheel in het buitenland uit te voeren. Het wonen en werken in het buitenland wordt vaak gezien als een meerwaarde en vergroot de latere (wetenschappelijke) carrièrekansen. Onderzoek doen in het buitenland heeft een aantal voordelen voor de promovendus maar ook voor de wetenschap in het algemeen. Voor de promovendus draagt het bij aan het leren van technieken die niet uitgevoerd worden in Nederland en het uitbreiden van het netwerk. Voor de wetenschap in het algemeen kan het uitwisselen van kennis en technieken bijdragen aan een versnelling van wetenschappelijke ontwikkeling. Indien er voor wordt gekozen om het totale promotieonderzoek in het buitenland uit te voeren kan men ofwel contact leggen met een Nederlandse instantie die contact heeft met een buitenlandse instelling ofwel direct contact zoeken instelling. Indien er voor wordt gekozen een gedeelte van het promotieonderzoek in het buitenland uit te voeren zal het waarschijnlijker zijn dat er al contacten in het buitenland zijn gelegd door de instelling waar de promovendus is aangesteld. Toch is het natuurlijk ook in dit geval mogelijk om zelf contact op te nemen met een instelling waar een gedeelte van het promotieonderzoek uitgevoerd kan worden. Naast het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek zijn ook praktische aspecten van belang zoals het vinden van financieren van het verblijf en onderzoek in het buitenland en het vinden van huisvesting.

Op deze pagina staan onder de kopjes Europese en Amerikaanse subsidieverstrekkers een aantal links die het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek in het buitenland mogelijk kunnen maken.