Nieuwe vacatures PNN: voorzitter, intern voorzitter, algemeen bestuurslid

Het PNN is de landelijke belangenorganisatie voor en door promovendi in Nederland. We vertegenwoordigen promovendi op nationaal niveau en zijn daarmee een gesprekspartner voor o.a. Tweede Kamerleden, het ministerie van OCW, de VSNU, de KNAW, Science in Transition en Academic Transfer. We organiseren jaarlijks verschillende bijeenkomsten, zijn actief in de VAWO (de vakbond voor de wetenschap) en Eurodoc (Europees PhD-overleg). Op onze ALV’s overleggen promovendi-vertegenwoordigers van alle Nederlandse universiteiten en UMC’s met elkaar.

Vanaf 21 juni 2019 is het PNN op zoek naar versterking in de vorm van een nieuwe voorzitter, een nieuw intern voorzitter en een nieuw algemeen bestuurslid. Zie hieronder voor de volledige vacatureteksten:

Meer informatie

Vragen of mogelijk interesse? Aarzel dan niet ons te benaderen! Vragen over het PNN kun je stellen aan Martijn Stoutjesdijk (martijn.stoutjesdijk@hetpnn.nl, 06-53793818). Je sollicitatiebrief en cv kun je opsturen naar martijn.stoutjesdijk@hetpnn.nl. Wij ontvangen je sollicitatie graag uiterlijk 3 juni. De sollicitatiegesprekken vinden plaats op donderdag 13 juni in Utrecht.

PNN luidt de noodklok: geen onafhankelijke evaluatie van experiment promotieonderwijs

Het experiment promotieonderwijs, dat zich met 850 promotiestudenten hoofdzakelijk aan de Rijksuniversiteit Groningen afspeelt, wordt op dit moment geëvalueerd. Doel van de tussenevaluatie is om te bepalen of het experiment tussentijds moet worden stopgezet. De RUG lijkt een (positieve) tussenevaluatie echter vooral te zien als een kans om het experiment verder te kunnen uitbreiden met nog eens 800 promotiestudenten. PNN waarschuwt: de tussenevaluatie uitgevoerd door onderzoeksbureau CHEPS kenmerkt zich door inmenging en (de schijn van) partijdigheid. Na intern tevergeefs herhaaldelijk aan de bel getrokken te hebben, ziet PNN zich genoodzaakt naar buiten te treden.

Achtergrond

Het experiment promotieonderwijs heeft tot veel commotie en Kamervragen geleid. Terwijl in Nederland promovendi normaal gesproken universitaire medewerkers zijn, worden zij binnen het experiment aangesteld als student met een beurs. De zelfevaluaties van de RUG zijn zeer positief, maar vanuit promotiestudenten komen andere geluiden. De toegezegde voordelen van het experiment, zoals meer vrijheid in het onderzoek en geen onderwijstaken, vallen volgens hen in de praktijk tegen. De nadelen blijven staan: promotiestudenten lopen ruim € 20.000 mis ten opzichte van werknemer-promovendi, bouwen geen pensioen op en worden niet beschermd door de cao. Eerder toonden partijen als het Promovendi Netwerk Nederland, het Interstedelijk Studenten Overleg en de Raad van State zich zeer kritisch over het experiment.

De tussenevaluatie

Ter bescherming van de jonge onderzoekers die onder dit experiment vallen, zou er een tussenevaluatie plaatsvinden om te bepalen of het experiment tussentijds stopgezet dient te worden. Momenteel wordt in opdracht van het Ministerie van OCW deze tussenevaluatie uitgevoerd door het onderzoeksbureau CHEPS (Universiteit Twente).

Van een onafhankelijke tussenevaluatie is echter geen sprake, zo blijkt uit stukken die PNN aan het NRC Handelsblad ter inzage heeft gegeven. CHEPS baseert zich bij haar onderzoek vooral op eerdere zelfevaluaties en enquêtes vanuit de RUG, zonder toegang te hebben tot de onderliggende ruwe data. Ondanks herhaald aandringen, heeft het onderzoeksbureau nagelaten om zelf gestructureerd kwantitatief onderzoek te doen onder promotiestudenten.

In aanvulling op de RUG-data zijn er interviews gehouden met een handjevol betrokkenen: hoofdzakelijk beleidsmedewerkers en bestuurders van de RUG, maar ook enkele vertegenwoordigers van promovendi, studenten en Universiteitsraad. PNN  heeft klachten ontvangen dat deze personen, die benaderd (en deels geselecteerd) zijn door de RUG, werden aangespoord om positief te zijn over het experiment: “We hopen dat een positieve tussentijdse evaluatie voor de politiek voldoende aanleiding zal zijn om de door ons gewenste uitbreiding van het huidige quotum toe te staan. […] Ik weet dat de huidige Minister negatief lijkt te staan ten opzichte van het door de vorige Minister gestarte programma promotieonderwijs. Daarom is het extra belangrijk dat deze tussentijdse evaluatie goed verloopt.” Wat ook opvalt is dat de RUG-beleidsmedewerkers en bestuurders vooraf een lijst met te bespreken onderwerpen toegezonden kregen zodat zij zich goed konden voorbereiden op het interview. Veel van de potentieel kritische personen kregen deze mogelijkheid niet.

Na klachten over deze gang van zaken, is PNN gevraagd om te helpen bij de organisatie van een rondetafel met promotiestudenten. Deelnemende promotiestudenten gaven echter aan dat het onderzoeksbureau CHEPS hierbij sturend optrad. Bovendien lijkt veel van deze door promotiestudenten geuite kritiek niet te zijn meegenomen in de evaluatie en ook niet verder onderzocht, zo bleek uit een conceptrapport dat PNN heeft kunnen inzien.

Geen onafhankelijk onderzoek

Deze gang van zaken maakt dat de tussenevaluatie hoofdzakelijk een herhaling dreigt te worden van de eigen bevindingen van de RUG – een partij die groot belang heeft bij een positieve uitkomst – aangevuld met interviews waarvan de objectiviteit zeer twijfelachtig is. Van een onafhankelijke tussenevaluatie door CHEPS is volgens PNN geen sprake, wat een schending zou zijn van de Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit. Bovendien kunnen vraagtekens gezet worden bij de uitvoering van het experiment door de RUG. Een experiment vraagt om onafhankelijkheid en objectiviteit. PNN meent dat deze basisvoorwaarden geschonden zijn. Er is geen sprake van een experiment als de uitkomsten daarvan op voorhand vaststaan door actieve beïnvloeding en pogingen onwelgevallige geluiden te onderdrukken.

Vacature: Promovendi (m/v) voor de tijdelijke functie van junior beleidsmedewerker NWO

NWO is de nationale wetenschapsfinancier en heeft tot taak wetenschappelijk onderzoek te bevorderen. Jaarlijks geeft NWO ruim 700 miljoen euro uit aan subsidies voor toponderzoek en -onderzoekers, apparatuur, en aan instituten waar toponderzoek wordt bedreven. NWO financiert zowel vrij onderzoek dat door nieuwsgierigheid wordt gedreven als thematisch onderzoek gericht op maatschappelijke vraagstukken. Werken binnen NWO veronderstelt passie voor de wetenschap.

Het NWO-domein Sociale en Geesteswetenschappen (SGW) stimuleert excellent onderzoek op het terrein van de sociale en geesteswetenschappen. Hiervoor zijn verschillende financieringsinstrumenten beschikbaar. In het onderzoek komen vragen aan de orde als: wat is de invloed van vergrijzing op het onderwijs? Wat verklaart de leefbaarheid, bereikbaarheid en vitaliteit van steeds grotere steden? Hoe houden we kunst en cultureel erfgoed voor een breed publiek toegankelijk? Welke rol speelt religie in nationale en internationale conflicten? De resultaten van het onderzoek komen niet alleen ten goede aan de wetenschap, maar ook aan maatschappelijke organisaties, de culturele sector en het bedrijfsleven.

SGW is op zoek naar promovendi (m/v) voor de functie van junior beleidsmedewerker in de periode medio augustus – medio februari 2020 of in de periode januari tot juli 2020.

N.B. Nadrukkelijk verzoek alleen te solliciteren op deze positie vanuit een bestaande PhD positie. Alleen sollicitanten die vanuit een PhD positie reageren (en na tijdelijke aanstelling bij NWO terugkeren naar een PhD positie) worden meegenomen in deze procedure.

De junior beleidsmedewerker assisteert in de beoordelingsrondes van SGW, met name bij het zoeken van referenten en het formeren en ondersteunen van beoordelingscommissies. Referenten zijn wetenschappelijke specialisten die een oordeel geven over een voorstel aan NWO voor financiële steun aan een onderzoeksproject.

De medewerker die wij zoeken heeft:

  • een afgeronde masterstudie bij voorkeur in de sociale of geesteswetenschappen;
  • belangstelling voor wetenschappelijk onderzoek;
  • goede redactionele- en communicatieve vaardigheden, zowel mondeling als schriftelijk in Nederlands en Engels;
  • een aanstelling bij een Nederlandse universiteit als promovendus (vereiste is de medewerker tijdelijk in dienst treedt bij NWO en na afloop van de aanstelling bij NWO terugkeert naar het dienstverband & PhD traject aan de universiteit).

Meer informatie

Voor meer informatie kun je contact opnemen met Mariël Schweizer, Senior beleidsmedewerker, via 070-3440939 of m.schweizer@nwo.nl of met Marc Linssen, Senior beleidsmedewerker, via 070 – 3440625 of via m.linssen@nwo.nl.

Wil je solliciteren stuur een motivatiebrief en CV naar Gerda Goedhart, P&O adviseur, o.v.v. vacaturenummer 3422 via de solliciteer button op de website van NWO. De deadline om te solliciteren is tot 31 mei aanstaande.

Wij bieden

  1. een tijdelijke functie waarin een effectieve kennismaking met de tweede geldstroom en een oriëntatie op werkzaamheden buiten de wetenschap wordt geboden en daarnaast een onderbreking van het promotietraject die weer nieuwe inspiratie geeft om de dissertatie af te ronden;
  2. een tijdelijke aanstelling voor 0,8-1,0 fte als junior beleidsmedewerker.

De functie is ingedeeld in schaal 10 van bijlage 1 van CAO-Onderzoekinstellingen. Naast 8% vakantiegeld biedt NWO een eindejaarsuitkering en een aantrekkelijk pakket secundaire arbeidsvoorwaarden.

N.B. Nadrukkelijk verzoek alleen te solliciteren op deze positie vanuit een bestaande PhD positie. Alleen sollicitanten die vanuit een PhD positie reageren (en na tijdelijke aanstelling bij NWO terugkeren naar een PhD positie) worden meegenomen in deze procedure.

Promovendi Netwerk Nederland feliciteert één-na-oudste promovenda (76) met het behalen van haar doctorstitel

Mevr. Ch.W.M. Schunck – rechts op de foto – tijdens haar verdediging (foto: PNN)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het Promovendi Netwerk Nederland (PNN) was gisteren aanwezig bij de verdediging van Christine W.M. Schunck in de Aula van de Radboud Universiteit (Nijmegen). Schunck promoveerde op een proefschrift over de kerkgeschiedenis van Curaçao met als titel Intolerante tolerantie. De geschiedenis van de katholieke missionering op Curaçao 1499-1776.

Schunck startte haar promotietraject in 1986, maar haar onderzoek liep om zowel persoonlijke als academische redenen diverse keren vertraging op. Tijdens het verdedigen van haar proefschrift was Schunck 76,5 jaar oud. Met haar hoge leeftijd is Schunck vermoedelijk de één-na-oudste promovenda in Nederland die haar dissertatie in het openbaar verdedigde. Mannelijke promovendi op leeftijd zijn er meer; de oudste man die ooit een proefschrift afrondde was de 92-jarige classicus Han Douwes.

Namens PNN overhandigde vicevoorzitter Martijn Stoutjesdijk de kersverse doctor een bos bloemen. “Wij vinden het mooi om te zien hoe ook een onderzoekster op leeftijd nog een belangrijke bijdrage kan leven aan het wetenschappelijk debat,” aldus Stoutjesdijk. “Het was een genoegen om te zien hoe mevrouw Schunck met grote kennis van zaken én met humor haar proefschrift verdedigde.”

Monitor Arbeidsvoorwaarden Promovendi: minder transparantie en ruim 10% dubieuze contracten

Deze morgen presenteerde het Promovendi Netwerk Nederland op NPO Radio 1 de resultaten van een grootschalig onderzoek naar de arbeidsvoorwaarden van PhD contracten in 2017-2018. In 2017 nam het aantal dubieuze contracten, met te weinig onderzoekstijd voor de promovendus, verder toe tot 15%. In 2018 nam dit percentage iets af, maar tegelijkertijd verdubbelde het aandeel vacatures waarin de onderzoekstijd onduidelijk bleef. Dit is zorgwekkend omdat in 2018 in de cao voor universiteiten is vastgelegd dat PhD contracten in principe minimaal vier jaar (fulltime) dienen te zijn.


In 2017 nam het aandeel dubieuze PhD contracten (met te weinig onderzoekstijd) toe tot 15 % (14,2% in 2016, 10,1% in 2015). Dat blijkt uit de Monitor Arbeidsvoorwaarden die het Promovendi Netwerk Nederland (PNN) voor de derde keer uitvoerde. In 2018 is voor het eerst een daling te zien naar 11,2%. In 2018 zijn universiteiten en umc’s echter wel beduidend minder transparant. Ten opzichte van 2017 is er bijna een verdubbeling van het aantal vacatures die de lengte van een PhD contract niet noemen. Dit is zorgwekkend, te meer omdat in 2018 de cao-nu voor het eerst een bepaling bevat die voorschrijft dat PhD contracten ‘in beginsel vier jaar fulltime’ zijn. Deze bepaling heeft mogelijk een averechts effect gehad: in plaats van meer eerlijke contracten lijkt de transparantie af te nemen. PNN pleit daarom voor meer transparantie zodat er op kan worden toegezien dat de vier-jaren norm uit de cao ook daadwerkelijk in de praktijk gebracht wordt.

Meer korte contracten

Een andere verontrustende ontwikkeling is de toename van contracten die voor twee jaar of minder worden geadverteerd. Een aanzienlijk deel van deze contracten bestaat uit zogenaamde PDEng contracten, waarbij aan technische universiteiten deelnemers worden voorbereid op een baan in het bedrijfsleven. PNN vindt het zorgelijk dat dergelijke trajecten geadverteerd worden als “on par with a PhD program”, zoals te lezen valt op universitaire websites. PDEng en PhD zijn verschillende graden. We pleiten er dan ook voor deze uit elkaar te houden, om uitholling van het promotiesysteem tegen te gaan.

Positief is de duidelijke toename van vacatures die melding maakt van eventuele onderwijsverplichtingen tijdens de promotieaanstelling: van 8,2% in 2015 naar 20% in 2018. Dit is een positieve ontwikkeling, maar het blijft om een minderheid van de vacatures gaan. Bovendien blijft de onderwijslast onduidelijk in bijna tweederde van de vacatures waar iets wordt gezegd over onderwijsverplichtingen. Ook hier is dus sprake van een gebrek aan transparantie. PNN onderzoekt deze parameter, omdat bekend is dat onzekerheid over arbeidsvoorwaarden een factor is die de kans op mentale problemen verhoogt.

Data

Voor haar Monitor maakte PNN gebruik van vacaturedata van AcademicTransfer, de grootste wetenschappelijke vacaturewebsite van Nederland.

PNN deed eerder onderzoek naar arbeidsvoorwaarden van promovendi in 2015 en 2016. Beide onderzoeken zijn terug te vinden op deze pagina.

De monitor Arbeidsvoorwaarden 2017-2018 vindt u hier: PNN arbeidsvoorwaarden monitor 2017-2018.

VAWO

De Vakbond voor de Wetenschap (VAWO) is één van de vaste partners van PNN. Als onderdeel van ons parternschap is één zetel van het VAWO-bestuur gereserveerd voor PNN. Deze zetel wordt doorgaans bezet door onze portefeuillehouder Arbeidsvoorwaarden.

In tegenstelling tot PNN kan de VAWO promovendi bijstaan bij concrete juridische geschillen. Wij raden promovendi dan ook lid te worden van VAWO (of een andere vakbond). VAWO kent een speciaal, gereduceerd, lidmaatschapstarief voor promovendi van 72 euro per jaar. Via het keuzemodel zijn de kosten voor vakbondslidmaatschap doorgaans (deels) terug te krijgen van de werkgever.

Academic Transfer

PNN werkt al jarenlang nauw samen met Academic Transfer, dé Nederlandse vacaturewebsite voor masters, promovendi, postdocs, wetenschappers en onderzoekers. Als deel van die samenwerking zijn vacatures binnen het PNN-bestuur of vanuit het Professional PhD Programma ook op de website van Academic Transfer te vinden.

Voor alle vacatures voor promovendi die op dit moment op Academic Transfer staan, zie hier.

Voor vacatures binnen het PNN bestuur, zie hier.

PNN organiseert eerste voorlichtingsbijeenkomst over arbeidsvoorwaarden

Het Promovendi Netwerk Nederland gaat promovendi actief voorlichten over hun rechten. Promovendi blijken daar namelijk vaak onvoldoende van op de hoogte te zijn, en dat zorgt voor misstanden en mentale problemen. Betere voorlichting is een belangrijke eerste stap om die te voorkomen. Op vrijdag 22 februari organiseert PNN daarom, samen met de VAWO en de Wageningen PhD Council, op Wageningen University een eerste voorlichtingsbijeenkomst over arbeidsrechten voor promovendi. Op het programma staan onderwerpen als zwangerschaps- en ouderschapsverlof, de verhouding onderzoek – andere taken en de transitievergoeding. Na Wageningen volgen dit jaar ook de andere universiteiten.

Promovendi Netwerk Nederland

Het Promovendi Netwerk Nederland (PNN) zet zich al decennia op landelijk niveau in voor de belangen van promovendi. Eerlijke contracten zijn een speerpunt voor PNN. Zo brengt PNN jaarlijks de Monitor Arbeidsvoorwaarden uit, waarin PhD contracten in Nederland onder de loep worden genomen. Daarnaast verzet PNN zich al lange tijd actief tegen het experiment met studentpromovendi. Daar komt dus vanaf dit jaar actieve voorlichting over promovendirechten bij.

Voorlichting

Voorlichting over rechten van promovendi is belangrijk ter voorkoming van misstanden in de sector. Daarnaast blijkt uit onderzoek van het CWTS (2017) onder Leidse promovendi dat de kans op mentale problemen toeneemt wanneer “niet duidelijk is aan welke eisen moet worden voldaan” in een promotietraject (p. 13). Hierbij gaat het onder andere om onduidelijkheid over de hoeveelheid publicaties, de verhouding onderzoek – onderwijs, en de kans op een academische vervolgcarrière. PNN krijgt bovendien signalen van promovendi die in conflict komen met hun universiteit over zwangerschaps- of ouderschapsverlof of parttime werken. PNN agendeert deze problemen op landelijk niveau, wat geleid heeft tot belangrijke verbeteringen in de nieuwe CAO, maar wil promovendi ook zelf meer gereedschappen geven om problemen te signaleren en aan te pakken. In de praktijk blijken namelijk lang niet alle promovendi te weten waar ze recht op hebben. Dat speelt in het bijzonder bij de vele internationale promovendi die de Nederlandse taal niet machtig zijn.

Nieuwe cao, nieuwe rechten

De nieuwste cao-NU, die afgelopen zomer inging, biedt een mooi uitgangspunt om promovendi te informeren over hun arbeidsrechten. In deze cao is namelijk een aantal belangrijke verbeterpunten opgenomen met betrekking tot de positie van promovendi (zie ons bericht hier). Zo is voor het eerst vastgelegd dat een promotiecontract in beginsel vier jaar fulltime moet zijn, is er duidelijkheid geschapen over verlenging van het contract bij ouderschapsverlof en is de mogelijkheid tot een stage tijdens het promotietraject vastgelegd. PNN gaat promovendi hierover informeren zodat deze rechten ook in de praktijk gebracht gaan worden. PNN werkt hierbij nauw samen met de VAWO, de vakbond voor de wetenschap, en de lokale promovendi-overleggen.

De aftrap is vandaag aan de Wageningen University, waarna bijeenkomsten op andere universiteiten zullen volgen. Daarnaast wordt hard gewerkt aan een ‘know your rights’ leaflet, waardoor alle promovendi voortaan bij aanvang van het proefschrifttraject geïnformeerd worden over hun rechten. PNN hoopt hierbij op de medewerking van universiteiten. Voor een gezond promotieklimaat zijn eerlijke contracten van essentieel belang. Het vergroten van de kennis van promovendi over hun rechten is daarbij een eerste stap.

PNN Statement about the implementation of Plan S

Involve and support PhD candidates and early career researchers in the implementation of Plan S

Plan S

On the 8th of septebmer 2018, Plan S was presented by cOAlition S. The initiative strives to establish direct and complete Open Access of scientific publications from January 2020 onwards. It encompasses all publications that are the result of research funded by the members of cOAlition S, including the Dutch NWO and ERC. At its core are 10 principles currently being developed into a set of implementation guidelines.

As representatives of all PhD candidates in the Netherlands, we like to respond and contribute to the debate surrounding the implementation of Plan S. In general, as young researchers, we support the ambitions of Plan S. We fully endorse the joint statement on the implementation by the European representation (Eurodoc, MCAA and YAE), to which PNN also contributed. In this statement, a number of specific proposals are made regarding the implementation of Plan S. We call upon NWO and the other members of cOAlition S to integrate these proposals in the implementation of Plan S, as well as in future debates and initiatives within cOAlition S.

In addition to this joint statement, we would like to address the members of cOAlition S, in particular also the Dutch members, with an important call: make sure that PhD candidates and early career researchers are better informed, supported and involved in the ongoing transition to open science in general, and the implementation of Plan S especially. Below we iterate 4 key concerns we would like the members of cOAlition S to consider while moving forward with Plan S.

  1. Modernizing the evaluation and rewarding of researchers

One of the major concerns for early career researchers on Plan S is the potential disruption for their scientific career. For many research areas most of the ‘high-impact’ journals are currently not Plan S-compliant. However, in the current academic system, publishing a ‘high-impact’ paper is key to advancing ones scientific career, especially for early career researchers. Since Plan S will make publishing in such ‘high-impact’ journals more difficult, the scientific community will have to shift towards an alternative way of evaluating and rewarding scientists.

PNN supports the statement of (the Dutch) NWO and ZonMW on actively debating and pursuing a new system to evaluate and reward scientists. A clear, specific and rapid completion of this transition will be crucial to address any potential career disruptions and concerns for PhD candidates and early career researchers. It should be made clear how open access benefits young researchers, for example when it comes to awarding grant applications. A ‘lost generation’ of young researchers should be prevented: a generation who under the current reward system would not be rewarded for complying with Plan S, but rather suffer negative career consequences. In our opinion, the emergence of such a lost generation would harm the transition to open access by eroding the support among young researchers.

We call upon cOAlition S, and in particular NWO and ZonMW, to provide clarity on this topic as soon as possible. We explicitly call for the involvement of PhD candidates and early career researchers in the design of a new evaluation system which rewards open access. Signing the San Francisco Declaration on Research Assessment (DORA) would be an important step in this transition. The shift towards a new reward system should take into consideration two key points: 1) avoiding a ‘lost generation’ as stated previously and 2) providing a level playing field and equal opportunities for researchers who do not fall under Plan S to also publish in Open Access journals through ensuring adequate funding.

  1. Involve PhD candidates and early career researchers more actively in the debate

Plan S accelerates the transition to Open Access publishing. This provides both opportunities as well as challenges for early career researchers. We feel that this group is not always represented and involved in the debate surrounding Plan S. If Plan S and the transition to open science is to be a success, engaging and involving young researchers is crucial. PNN represents the interests of PhD candidates in the Netherlands and as such invites NWO and ZonMW as a member of cOAlition S to involve the voice of young researchers more explicitly in the implementation of Plan S.

  1. Lack of Open Access Infrastructure: ‘One size fits all’?

As mentioned by other parties, Plan S does not distinguish between differences in publication cultures across the various scientific fields. PNN is especially worried about young researchers in fields that are still lagging behind when it comes to open access infrastructure, lacking peer-reviewed open access journals. In this regard, Plan S is sometimes ahead of scientific practice. For example, in the field of law, articles are often published in national journals who do not have clear guidelines on open access at all.

We ask NWO and members of cOAlition S to collaborate with junior and senior scientists to make a thorough analysis of the various scientific fields in order to detect and tackle potential practical problems upfront. Where (peer-reviewed) open access publishing opportunities are indeed lacking, this should not be made the responsibility of individual researchers. Where this is the case, alternatives publication methods should be offered to make sure that all researchers can still publish under Plan S. Potential practical problems and solutions should be identified and communicated to researchers in advance.

  1. Financial support

The implementation guidelines contain important features that make open access publishing better achievable for young researchers. Of particular importance to PhD candidates is the financial support by the members of cOAlition S to cover the APCs (‘article processing charges’) so as not to financially burden researchers themselves. We would like to stress that tall publishing fees should be covered fully under Plan S. If such fees would exhaust the already small research budgets of many departments, young PhD candidates will often be the first to be affected.

Finally, we would like to propose an addition to Plan S and ask the Dutch members of cOAlition S in particular to consider to provide also for funding for open access publishing for researchers who do not fall under Plan S. Independent financial support for open access is not always present at universities, making it difficult for PhD candidates to engage in open access publishing due to limited financial support. Although Plan S is an important first step towards open access publishing, extending means and support beyond Plan S for all researcher would help further accelerate the transition to open access, thereby also potentially contributing to more appreciation of the ambitions of Plan S within the research community at large.

Questions or comments can be sent to rob.vangassel@hetpnn.nl or (for press) anne.devries@hetpnn.nl