Buitenlandse promovendus verdient bescherming

beeld: Pixabay

Nederlandse promovendi werken veelal niet onder aanvaardbare arbeidsvoorwaarden en voor promovendi uit het buitenland is de situatie vaak nog erger. PNN doet voorstellen voor betere bescherming van deze sandwichpromovendi.

Sandwichpromovendi, ook wel joint PhDs genoemd, werken vooral in hun thuisland en brengen een deel van hun promotietraject in Nederland door. Vaak volgen ze de eerste negen maanden hier een opleidingsprogramma en werken ze hun onderzoeksvoorstel uit. In de tweeëneenhalf jaar daarna voeren ze in hun thuisland onderzoek uit onder toeziend oog van een lokale begeleider. In de tussentijd hebben ze regelmatig contact met de Nederlandse promotor om de voortgang te bewaken. Na afloop van deze periode keren ze voor negen maanden terug naar de Nederlandse universiteit om hun proefschrift af te ronden.

Al sinds de jaren negentig lopen er sandwich-PhD’s in Nederland rond. Wageningen Universiteit geldt als pionier en grootafnemer. Veel sandwichpromovendi komen uit landen in Midden- en Zuid-Amerika, Afrika en Zuidoost Azië en zijn daar verbonden aan een wetenschappelijk instituut of universiteit.

Ontwikkelingssamenwerking

De sandwichconstructie biedt studenten uit minder ontwikkelde landen toegang tot het veronderstelde hoge niveau van universiteiten in Nederland en andere West-Europese landen, terwijl ze binding houden met hun thuisland. Het wordt daarom soms als ontwikkelingssamenwerking beschouwd.

Een tweede aanleiding voor de sandwichconstructie wordt minder vaak hardop uitgesproken: kostenbesparing. Door het gedeelde eigenaarschap met de instelling in het thuisland draagt de Nederlandse universiteit niet de meeste kosten. De universiteit verstrekt alleen een beurs van circa 60 duizend euro waarop uitsluitend studenten van buiten Nederland aanspraak kunnen maken.

De beurs dekt de loonkosten voor de aanstelling van twee keer negen maanden in Nederland plus de kosten voor visa, reizen, verhuizingen, studiemateriaal, begeleiding in het thuisland en het gebruik van universitaire faciliteiten. Op zijn beurt mag de universiteit per succesvolle promotie hetzelfde bedrag ontvangen van het ministerie van Onderwijs als voor werknemer-promovendi. De huidige hoogte van het bedrag dat een universiteit per promotie ontvangt is ruim 80.000 euro.

Bijdragen aan de lokale kennisontwikkeling en kostenbesparing: het klinkt te mooi om waar te zijn. Dat is het dus ook: onderaan de streep belandt de sandwichpromovendus vaak tussen de wal en het schip.

Boete

Sandwichpromovendi lopen in hun thuisland regelmatig tegen problemen aan, waar vanuit Nederland weinig zicht op is. Zo kan de beurs die de thuisuniversiteit verstrekt onvoldoende zijn om in het levensonderhoud te voorzien. Ook kunnen sandwichpromovendi in hun thuisland geconfronteerd worden met vele extra taken. Hun onderzoek moeten zij dan doen in hun vrije tijd, met vertraging tot gevolg. Een sandwichpromovendus vertelde dat bij terugkomst in haar thuisland haar salaris werd gehalveerd, dat ze haar normale taken moest voortzetten en haar onderzoek maar in haar eigen tijd moest uitvoeren. Haar contract vermeldde bovendien dat ze na haar promotie nog tien jaar voor hetzelfde instituut moest blijven werken, anders riskeerde ze een boete.

Problemen

In Nederland ondervinden sandwichpromovendi ook vaak problemen. Hun beurs ligt ver beneden het salaris van werknemerspromovendi en hun juridische status is vaak onduidelijk: zijn nu ze werknemer, gastonderzoeker of student? Hierdoor zijn veel zaken voor hen moeilijk te regelen. Zonder contract is het bijvoorbeeld lastig om huisvesting te vinden, zeker voor kortere periodes. Verlof en kinderopvangtoeslagen moeten op individuele basis worden geregeld, omdat sandwichpromovendi geen werknemers zijn en eenduidige verlofregelingen ontbreken. Deze groep is daarmee overgeleverd aan de bereidwilligheid van de universiteit.

Onderwijs

Onderwijs geven is ook een ingewikkeld punt, waarbij de omstandigheden van geval tot geval sterk kunnen verschillen: Sommige sandwichpromovendi krijgen geen kans om onderwijs te geven, anderen moeten buitensporig veel uren lesgeven. Dat gebeurt vaak onbetaald omdat ze geen contract hebben bij de universiteit. Weigeren kunnen ze niet, aangezien hun begeleiders het geven van onderwijs voorspiegelen als een take it or leave it-deal.

De tijdsdruk voor sandwichpromovendi neemt door de extra taken enorm toe en ze houden weinig tijd over om op te staan voor hun rechten. Ook qua belangenvertegenwoordiging vallen zij tussen wal en schip: vakbonden kunnen weinig betekenen voor deze groep, zolang ze niet formeel in dienst zijn.

Sandwichpromovendi worden met goede bedoelingen aangesteld, maar de constructie mag niet ten koste gaan van de henzelf. Als we programma’s financieren en faciliteren die tot uitbuiting leiden, dan zijn we deel van het probleem. Willen Nederlandse universiteiten daarbij betrokken zijn?

Gedragscode

Promovendi Netwerk Nederland pleit niet voor afschaffing van de sandwichconstructie, wel voor een ethisch verantwoorde voortzetting ervan. Begeleiders aan de Nederlandse universiteit moeten volledig op de hoogte zijn van de voorwaarden waaronder hun promovendi aan het thuisinstituut verbonden zijn. Dit vereist open communicatie met de promovendus en de begeleiders van het thuisinstituut.

Het zou een grote stap voorwaarts zijn als Graduate Schools de arbeidsvoorwaarden van het thuisinstituut monitoren en dit laten terugkomen in het aannamebeleid. Een gedragscode voor het aannamebeleid van promovendi biedt begeleiders een kader bij de bespreking van de arbeidsvoorwaarden met het thuisinstituut.

Tenslotte moeten Nederlandse universiteiten gedurende het hele promotietraject de verantwoordelijkheid nemen voor de promovendus en niet alleen tijdens hun verblijf in Nederland. Werkomstandigheden in het thuislandvormen een integraal onderdeel van het proces. Waar nodig moeten universiteiten stappen ondernemen om promovendi te ondersteunen en beschermen.

Dit artikel verscheen is in aangepaste vorm verschenen in Onderwijsblad nr 5 (2020). PNN bedankt het Wageningen PhD Council voor het leveren van input en feedback op eerdere versies.