Promotiestudent geschrapt uit wijziging Wet op het hoger onderwijs!

22 januari 2013

Het PNN vindt het een goed besluit dat minister Bussemaker het advies van de Raad van State ter harte neemt om niet over te gaan tot invoering van de mogelijkheid om promotiestudenten aan te stellen. De promotiestudenten zouden geen werknemers zijn, maar studenten.

De werknemersstatus die promovendi in Nederland hebben past bij de belangrijke rol die Nederlandse promovendi spelen bij het uitvoeren van de kerntaken van de universiteit. Het gaat daarbij zowel om het verrichten van wetenschappelijk onderzoek als het verzorgen van onderwijs. De Nederlandse aanstellingsvorm wordt op Europees niveau aanbevolen in het European Charter for Researchers van de Europese Commissie en door Eurodoc, de Europese belangenvereniging voor jonge onderzoekers.

Het PNN deelt de zorg van de Raad van State dat een studentenstatus voor promovendi nadelige gevolgen kan hebben voor het niveau van het wetenschappelijk onderzoek en de loopbaanperspectieven van promovendi. Een positie als student is minder aantrekkelijk, waardoor getalenteerde kandidaten ervoor kunnen kiezen om niet of in het buitenland te gaan promoveren. Bovendien mogen promotiestudenten geen onderwijs geven, waardoor ze geen waardevolle onderwijservaring opdoen.

Aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) zijn de afgelopen jaren al promovendi aangesteld als promotiestudent. De eersten van hen zijn inmiddels gepromoveerd. Het kabinet wil nu een wettelijke grondslag bieden om te experimenteren met promotieonderwijs. De Groningse promotiestudenten en het PNN zouden naar aanleiding daarvan graag een keer in gesprek gaan met de minister om te praten over de eerdere ervaringen.

Geen onderbouwing ‘bursalenplan’

11 mei 2011

Staatssecretaris Zijlstra gaat ervan uit dat universiteiten circa € 10 miljoen minder kosten per jaar hebben wanneer zij bursaalpromovendi aannemen in plaats van werknemer-promovendi. Hoe hij op dit bedrag komt, is echter niet duidelijk, maar “een betere onderbouwing dan dit is er op dit moment niet”, aldus de staatssecretaris in antwoord op kamervragen. Het Promovendi Netwerk Nederland vindt dat een wankele basis voor invoering van een bursalenstelsel.

Met de komst van een bursalenstelsel kunnen universiteiten promovendi aanstellen als ‘bursaalstudent’ in plaats van als werknemer. Het Promovendi Netwerk Nederland (PNN) is kritisch over deze aanstellingsvorm: promovendi hebben geen recht op verlof of pensioensopbouw en krijgen slechts een beurs om van te leven. (Meer over de negatieve gevolgen van de invoering van bursalen in de bijlage).

De reden om de mogelijkheden voor het aanstellen van bursaalpromovendi te verruimen, is dat universiteiten dan geen fiscale afdrachten hoeven te betalen. Volgens Zijlstra kunnen universiteiten van die 10 miljoen elk jaar 350 tot 400 extra promotieplaatsen creëren. Zijlstra laat echter niet weten hoeveel werknemer-promovendi-plaatsen dit gaat kosten, of hoeveel bursaalpromovendi er in hun plaats worden aangesteld.

Op initiatief van het PNN stelde Tweede Kamerlid Jadnanansing kamervragen over de ‘opbrengst’ van het bursalenstelsel. Het PNN wilde weten op welke berekeningen en onderbouwingen Zijlstra zijn plannen voor het introduceren van het bursalenstelsel baseert.

Alhoewel Zijlstra eerder aangaf dat het bursalenstelsel geen doel op zich is, maar slechts een uitbreiding van de keuzevrijheid voor universiteiten, valt uit zijn antwoord op de kamervragen op te maken dat hij van universiteiten als ‘tegenprestatie’ verwacht dat zij voor extra promotieplaatsen zorgen:”Ik zal de ontwikkeling monitoren”. Het PNN vraagt zich af hoe deze monitoring plaatsvindt, en ook welke consequenties worden gekoppeld aan de uitkomst van deze monitoring.
De vraag is namelijk of universiteiten, in tijden van bezuinigingen, wel geld hebben om extra promovendi aan te nemen. Bovendien betekent een toename van het aantal promovendiplaatsen met 400 extra posities per jaar, dat er een evenredige toename aan promovendi-begeleiding moet komen. Alle promovendi hebben begeleiding nodig van een ervaren wetenschapper en dat kost geld. Over extra (financiële) ondersteuning aan universiteiten voor deze begeleiding, spreekt Zijlstra niet. Met de aankomende bezuinigingen in het Hoger Onderwijs, vreest het PNN voor de kwaliteit van de begeleiding van promovendi.

Bursalen: dramatische maatregel

8 februari 2011

Het kabinet wil een wetswijziging doorvoeren waardoor promovendi niet meer worden aangesteld als volwaardig werknemer, maar als student. Dit staat in de reactie op het rapport van de commissie Veerman. Het doel van het bursalensysteem is in de eerste plaats een kostenbesparing voor universiteiten. Bovendien wordt verwacht dat de maatregel zorgt voor meer wetenschappelijke ‘output’ en een kwaliteitsimpuls. Het Promovendi Netwerk Nederland (PNN) denkt echter dat het kabinet met deze maatregel de plank mis slaat. 
Meer dan een principekwestie
Een eerste bezwaar tegen het degraderen van promovendi tot bursalen is het feit dat promovendi in Nederland op dit moment hoofdzakelijk dezelfde werkzaamheden uitvoeren als ‘normaal’ universitair personeel. Ze doen onderzoek en publiceren in verhouding de meeste wetenschappelijke artikelen. Daarnaast geven zij les aan bachelor- en masterstudenten of begeleiden stagiairs. Het enige argument om promovendi een studentenstatus te geven, zou zijn dat promovendi per jaar gemiddeld drie weken onderwijs volgen, en dat zij incidenteel begeleiding krijgen bij het schrijven van hun proefschrift. Maar dat is vergezocht.
Slecht voor promovendi
Een tweede bezwaar ligt in de grote gevolgen die de invoering van het stelsel heeft op de inkomsten en arbeidsvoorwaarden van promovendi. Een bursaalpromovendus krijgt een vergoeding vanuit een beurs, en is daarmee geen werknemer van de universiteit en heeft geen arbeidsvoorwaarden. Bij eerdere experimenten met bursaalpromovendi (onder meer aan de Universiteit Utrecht, de Universiteit van Amsterdam en de Rijksuniversiteit Groningen), werd duidelijk dat bursaalpromovendi meerdere nadelen ondervinden van hun status. Doordat zij noch werknemer noch student zijn, vallen bursalen tussen wal en schip. Zo zijn zij niet verzekerd bij ziekte en arbeidsongeschiktheid, en hebben zij niet automatisch recht op (financiele compensatie bij) zwangerschapsverlof. Ook krijgen zij geen reiskostenvergoeding, bouwen zij geen pensioen op, en krijgen ze nul op het rekest als ze een huis willen kopen of betaalbaar willen (sociaal) huren. Hierdoor wordt het minder aantrekkelijk om in Nederland te promoveren.Slecht voor de wetenschap
Ook inhoudelijk vallen veranderingen te verwachten die het promoveren er niet aantrekkelijker op maken. Dat het bursalenstelsel ervoor zorgt dat voor hetzelfde geld meer promovendi aangetrokken kunnen worden, is één ding, maar dat die promovendi ook daadwerkelijk kwaliteit leveren is een tweede. Door bezuinigingen is de begeleiding van promovendi de laatste jaren al onder druk komen staan. Professoren moeten meer promovendi begeleiden, en hebben daar minder tijd voor. Dat komt de kwaliteit van het wetenschappelijk onderzoek niet ten goede, en kan zelfs betekenen dat promovendi meer tijd nodig hebben om hun proefschrift af te ronden, of voortijdig stoppen.Slecht voor het Hoger Onderwijs
Bursaalpromovendi mogen in Nederland geen onderwijs geven, omdat dit aantoont dat er een arbeidsrelatie tussen de universiteit en de promovendus is. Maar ook studenten die een bachelor- of masterstudie volgen voelen de gevolgen; door het wegvallen van promovendi krijgen zij minder college en minder begeleiding in werkgroepen. Universiteiten moeten dit oplossen door andere, duurdere, krachten in dienst nemen om hen te vervangen, maar dat valt niet te verwachten binnen de huidige bezuinigingen op het Hoger Onderwijs. Bovendien lopen bursalen onderwijservaring mis, die onmisbaar is als zij na hun promotie als universitair docent of onderzoeker aan de slag willen.Slecht voor de kenniseconomie
Nederland heeft de ambitie om tot de wetenschappelijke top vijf van de wereld te horen en heeft daarom behoefte aan jonge talentvolle onderzoekers die na hun promotie een bijdrage blijven leveren aan onderzoek en innovatie in ons land. Voor Nederlandse studenten zal promoveren op een beurs minder aantrekkelijk worden. De kans dat excellente studenten naar het buitenland vertrekken om te gaan promoveren, wordt daardoor naar verwachting groter. Voor buitenlandse promovendi – die in veel gevallen gewend zijn aan een bursalenstelsel – wordt het met de maatregel wellicht gemakkelijker om in Nederland een promotieplaats te vinden. De vraag is echter wat zij bijdragen aan de Nederlandse kenniseconomie. Een deel van hen keert na de promotie namelijk weer terug naar het land van herkomst, of naar landen waar de carrièreperspectieven beter zijn dan in Nederland. Dit betekent dat vier jaar lang geïnvesteerd wordt in promovendi, waarna zij alsnog vertrekken naar concurrerende landen.Het bursalensysteem verlaagt de internationale concurrentiepositie van de Nederlandse wetenschap met als gevolg een ‘brain drain’ (verlies van mensen met kennis). De bedoeling van het kabinet is juist om de Nederlandse wetenschap een kwaliteitsimpuls te geven. Hiervoor zijn aantrekkelijke en kwalitatief hoogwaardige promotieplaatsen nodig.