Afronding

De afronding van het proefschrift en de promotieplechtigheid vergen de nodige voorbereidingen. Begin hier tijdig mee en lees de volgende tips door.

Kosten
Aan de promotie hangt een kostenplaatje, maar het levert vaak ook geld op. Sommige kosten zijn namelijk aftrekbaar bij de belasting. De kosten van je promotie hangen van een aantal zaken af, zoals de hoeveelheid proefschriften die je laat drukken, de dikte van je proefschrift, het aantal mensen dat je uitnodigt voor de receptie, feest of diner.

Hieronder enkele bedragen ter indicatie:

  • Proefschrift: € 2.000 tot € 3.500
  • Kleding: € 150 tot € 450
  • Receptie: € 350 tot € 700
  • Diner/buffet: € 20 tot € 40 per persoon
  • Feest: € 1.200 tot € 4.500

De promotie levert echter ook enkele baten op. Je krijgt van de universiteit een vergoeding voor de proefschriften die zij via de Pedel afnemen. Vaak is er een additionele vergoeding omdat er een aantal proefschriften naar andere universiteiten etc. moeten worden gestuurd, de zogenaamde ‘verplichte lijsten’. Verder kun je proberen om bij fondsen of het bedrijfsleven subsidies te krijgen, bv. in ruil voor het noemen van de bedrijfsnaam en het toesturen van een aantal exemplaren van je proefschrift. Informeer echter even bij je eigen universiteit wat hieromtrent het beleid is, voor sommige universiteiten zijn hier namelijk regels voor op gesteld of is het expliciet niet toegestaan.

Sinds dit jaar zijn de kosten voor promotie aftrekbaar voor de belastingen als scholingskosten. De promotie leidt namelijk tot een verbetering van de financieel-economische positie van de promovendus. Ook de kosten rond de promotieplechtigheid zijn aftrekbaar, zoals de huur van gelegenheidskleding voor jezelf en de paranimfen (Bron: Ministerie van Financiën, 10-2-2004, nr. CPP2003/2833M). De kosten van de receptie zijn vanaf 2013 niet langer aftrekbaar. Voor meer informatie: zie de website van de Belastingdienst of bel met de Belastingtelefoon (0800 0543).

Tijdsplan
Voor je kunt promoveren moet veel geregeld worden. Lees hier welke zaken je voor je promotie geregeld moet hebben.

6 maanden voor promotie

  • Lees het promotiereglement en andere informatie met betrekking tot promoveren van je universiteit
  • Eerste formulier (soort intentieverklaring) m.b.t. de promotie invullen
  • Met je promotor een commissie vaststellen voor het lezen en beoordelen van het proefschrift en voor het opponeren
  • Informatie opvragen bij verschillende drukkers
  • Bedenk hoe je de promotiedag wilt indelen, en vraag informatie en offertes aan voor diner en/of feest

3-4 maanden voor promotie

  • Het proefschrift moet worden opgestuurd naar de leescommissie
  • Maak een afspraak met de Pedel en stel een datum vast, in overleg met je promotoren, copromotor en eventuele buitenlandse opponenten (soms mag de datum pas worden vastgesteld na goedkeuring van de leescommissie)
  • Na goedkeuring van de leescommissie moet er een formulier worden ingevuld (door de promotor)
  • Informatie opvragen bij verschillende drukkers
  • Bedenk hoe je de promotiedag wilt indelen, en vraag informatie en offertes aan voor diner en/of feest
  • Maak een afspraak met de drukker en bespreek de lay-out en mogelijkheden van je proefschrift
  • Vraag een ISBN-nummer voor je proefschrift aan
  • Vraag subsidies aan voor je proefschrift
  • Rond het proefschrift af, inclusief omslag, titelpagina’s (vaak is goedkeuring van de Pedel vereist), samenvattingen en dankwoord
  • Layouten van het proefschrift
  • Wie worden je paranimfen?
  • Ga kijken bij feestlocaties en maak de definitieve reservering
  • Regel de receptie (zie informatie eigen universiteit)

2-1 maanden voor promotie

  • Het proefschrift moet naar de drukker!
  • Maak een adresbestand voor de verzending van je proefschriften (promotoren, copromotor, opponenten, subsidiegevers, collega’s, contacten buiten universiteit, mensen werkzaam op hetzelfde gebied, vrienden, familie etc.) De pedel neemt vaak een aantal af voor de hoogleraren van je faculteit
  • Verspreiding van de proefschriften
  • Bestel de rokkostuums of koop leuke promotiekleding
  • Regel een fotograaf, video-opname, geluidsopname etc.

De laatste weken

  • Maak de slides voor het lekenpraatje (indien van toepassing)
  • Herbevestig de gemaakte afspraken voor de receptie, diner, feest en fotograaf en overleg over de details
  • Berereid je voor op de promotie, bv door:
  • Nogmaals het promotiereglement door te lezen. Bv. hoe moet je de opponenten aanspreken?
  • Het houden van een proefpromotie met collega’s
  • Recente artikelen en klassiekers na te lezen
  • De commentaren van reviewers op je artikelen en je antwoorden daarop nog eens te lezen
  • Per hoofdstuk de sterke en zwakke punten te noteren
  • Per hoofdstuk een aantal mogelijke vragen te bedenken

 

Tips voor promovendi
Naar aanleiding van een eigen dip tijdens zijn promotieonderzoek, schreef Herman Lelieveldt een boek over zijn promotie-ervaringen, vol tips en waarschuwingen voor nieuwe promovendi.

‘Promoveren, een wegwijzer voor de beginnend wetenschapper’ is verschenen bij Aksant in Amsterdam (ISBN 90 5260 002 3).

Loopbaanbegeleiding

Uiteindelijk kan niet iedere promovendus aan het einde van zijn promotietraject in de wetenschap terecht. De vanzelfsprekendheid waarmee dit hier staat geschreven is echter geen algemeen goed. Veel promovendi starten een promotietraject met het idee daarmee definitief voor de wetenschap gekozen te hebben. Ook begeleiders zijn zich vaak niet bewust van de carrièreperspectieven van de startende promovendus. Concreet betekent dit dat er bij de werving van promovendi en ook tijdens de promotiefase meer aandacht moet komen voor de periode na de promotie en de mogelijkheden van de promovendus binnen en buiten de wetenschap. Als een promovendus bijvoorbeeld een goede kans wil hebben op het binnenhalen van subsidies na de promotie, kan er bewust voor worden gekozen tijdens het promotietraject buitenlandervaring op te doen.

Naast het vergroten van de kansen op een plek binnen de academie kan een promovendus zich tijdens zijn promotiefase ook voorbereiden op een eventuele carrière buiten de wetenschap. Er zouden bijvoorbeeld al tijdens het promotietraject contacten kunnen worden gelegd met het bedrijfsleven of de overheid door middel van een duaal promotietraject, een stage of een mentor. Een ander belangrijk aspect voor een goede doorstroming van promovendi naar het bedrijfsleven is een brede opleiding voor promovendi. In plaats van louter onderzoeksgericht onderwijs aan te bieden, is het van belang promovendi ook zogenaamde transferable skills mee te geven. Dit zijn vaardigheden die ook buiten de wetenschap van waarde zijn, zoals management- en presentatievaardigheden. Op deze wijze worden jonge promovendi beter voorbereid op een carrière buiten de wetenschap en zijn zij voor het bedrijfsleven aantrekkelijker. Voor concrete hulp bij het nadenken over en vinden van een baan buiten de wetenschap kunnen universiteiten arbeidsmarktbureaus instellen, of de bestaande bureaus voor studenten de taak geven ook promovendi hiermee te helpen.

Loopbaanbegeleiding voor promovendi gelieerd aan een universiteit
In de CAO NU wordt er aandacht besteed aan rechten en plichten van zowel werkgever als werknemer omtrent loopbaanbegeleiding. Het loopbaanbeleid (Artikel 6.5) geeft aan dat iedere werknemer die voor twee jaar of meer in dienst is, waaronder dus ook promovendi, in de gelegenheid wordt gesteld om loopbaanadvies in te winnen bij een professionele organisatie. Dit wordt betaald door de universiteit. Het moet op een zodanig tijdstip plaatsvinden dat het ook bruikbaar is voor een individueel begeleidingstraject, dat erop gericht is op het vermeerderen van de kansen op de interne of externe arbeidsmarkt. Onder meer middels loopbaanbeleid proberen de universiteiten ontplooiingsmogelijkheden en carrièreperspectieven van promovendi te bevorderen.

Hoewel voor promovendi het Opleidings- en Begeleidingsplan (OBP) een belangrijk scholingselement in zich heeft, kan je je als promovendus ook beroepen op Artikel 6.9 van de CAO dat gaat over scholing. Hierin valt te lezen dat het op peil houden van kennis en ervaring van de werknemer om de kansen op de arbeidsmarkt, zowel binnen als buiten de academische sector, te behouden en zo mogelijk te versterken, een gezamenlijk verantwoordelijkheid is van werkgever en werknemer. De universiteit kan je verplichten bepaalde opleiding of studie te volgen, jij hebt recht op scholing en je kunt de universiteit verplichten daarvoor faciliteiten te verlenen. Scholing van zogenoemde transferable skills vallen hier ook onder. Een stage kan een ander voorbeeld zijn.

Loopbaanbegeleiding voor promovendi gelieerd aan een universitair medisch centrum
Hoofdstuk 3 van de CAO UMC behandelt aspecten van loopbaanontwikkeling en de scholing die daarbij komt kijken en het functioneren van werknemers en hoe dat beoordeeld wordt. Als OIO heb je recht om je zo te ontwikkelen en te scholen dat je in staat bent je functie adequaat uit te oefenen (Artikel 3.1). De kosten en tijd die je hiermee kwijt bent zijn voor rekening van het UMC. Verder heb je ook recht op scholing en opleiding voor het uitoefenen van een andere (toekomstige) functie wanneer dat past in je loopbaanvooruitzicht en je daarover afspraken maakt binnen een jaargesprek. Kosten en tijd zijn in principe voor de helft voor eigen rekening, maar je kunt heel goed afspraken hierover maken dat de werkgever alles betaald. Zorg dat je zulke afspraken maakt en leg ze vast! Artikel 3.1.1 definieert de kosten die betaald worden, waar onder curus-, les-, of schoolgelden, reiskosten, examenkosten, etc. Hoewel je als OIO vaak binnen een landelijke onderzoekschool of lokale graduate school opleidingen krijgt aangeboden en kunt volgen waarbij je geen kosten hoeft te betalen, is het dus ook mogelijk om voor jezelf, je onderzoek, of je vervolgcarrière belangrijke scholing te volgen. Er gelden in de CAO echter wel voorwaarden voor de vergoeding (Artikel 3.1.2).

Verder heeft iedere werknemer van een UMC een persoonlijk budget tot zijn beschikking. Dit was over het jaar 2008 een maandelijkse opbouw van 0,25% van het genoten salaris. In 2009 is dit 0,5% en in 2010 1%. Dit budget wordt in prinicpe aangewend voor uitgaven ten behoeve van ontwikkeling in 2010 (Artikel 3.2.2). Stel dat je in 2008 bent begonnen dan loopt dit persoonlijk budget op tot zo’n 500 euro in 2010. Dit bedrag komt bovenop de eerder geschetste opleidingskosten. Het is dus een extraatje wat je in mag zetten voor je eigen ontwikkeling. Je kunt dit bijvoorbeeld inzetten voor loopbaanadvies. Echter, loopbaanadvies (Artikel 3.5) kun je ook verkrijgen bij een door de WERKGEVER aan te wijzen INTERNE deskundige (?!?). Als wordt besloten een externe deskundige in te schakelen gebeurt dit in overleg met de medewerker. Het PNN adviseert om altijd te kijken of je bij een externe organisatie loopbaanadvies kunt krijgen. Besteed hier aandacht aan in je functioneringsgesprek(ken).

Loopbaanbegeleiding voor promovendi gelieerd aan een onderzoeksinstelling
In de CAO OI is een regeling omtrent de inzet van maximaal 10 vakantiedagen (Artikel 12.6 lid 5) ten behoeve van carrièregerichte maatregelen. Het is vanaf 2007 verplicht om hier in het jaargesprek afspraken over te maken. Gegeven het feit dat er door OIOs vaak niet alle vakantiedagen opgemaakt worden, kunnen afspraken gemaakt worden om 10 vakantiedagen om te zetten in een budget voor jezelf om bijvoorbeeld loopbaanadviestrajecten te volgen. Dit budget is in je eerste jaar zo’n 950 euro tot 1250 euro in het vierde jaar. Hiervoor dien je wel 10 vakantiedagen in te leveren. Overigens betekent dit niet dat het verplichte cursusaanbod hieruit betaald dient te worden, want dit moet door de werkgever betaald blijven worden (Artikel 12.6 lid 5). Informeer over de mogelijheden en regelingen bij je personeelsdienst.

Tot slot
Jouw carrière is JOUW carrière. Hoewel het PNN van mening is dat de werkgever actief moet zijn in het begeleiden van promovendi naar een vervolgbaan, ligt hier ook nadrukkkelijk een taak voor promovendi zelf. Informeer tijdig naar de mogelijkheden die jouw promotor(es), begeleider(s), of collega(e) zien met betrekking tot een vervolgcarrière in de wetenschap. Praat ook over hetgeen je zelf kunt doen om die kans te vergroten en informeer daarbij ook naar de facilteiten die jouw werkgever daarin biedt. De hierboven geschetste instrumenten zijn in ieder geval voorhanden, maar wellicht is er meer. Stel loopbaanadvies ook nadrukkelijk centraal zodra je op de helft van je promotietraject bent. De ervaring leert dat het laatste jaar veel te druk is om loopbaanadvies en -begeleiding te krijgen. Gebruik hiervoor vooral je derde jaar. Orienteer je ook nadrukkelijk op de externe arbeidsmarkt, want 8 van de 10 promovendi komen uiteindelijk buiten het academische onderzoeksveld terecht.

Buitenland

Het is mogelijk om een promotieonderzoek gedeeltelijk of geheel in het buitenland uit te voeren. Het wonen en werken in het buitenland wordt vaak gezien als een meerwaarde en vergroot de latere (wetenschappelijke) carrièrekansen. Onderzoek doen in het buitenland heeft een aantal voordelen voor de promovendus maar ook voor de wetenschap in het algemeen. Voor de promovendus draagt het bij aan het leren van technieken die niet uitgevoerd worden in Nederland en het uitbreiden van het netwerk. Voor de wetenschap in het algemeen kan het uitwisselen van kennis en technieken bijdragen aan een versnelling van wetenschappelijke ontwikkeling. Indien er voor wordt gekozen om het totale promotieonderzoek in het buitenland uit te voeren kan men ofwel contact leggen met een Nederlandse instantie die contact heeft met een buitenlandse instelling ofwel direct contact zoeken instelling. Indien er voor wordt gekozen een gedeelte van het promotieonderzoek in het buitenland uit te voeren zal het waarschijnlijker zijn dat er al contacten in het buitenland zijn gelegd door de instelling waar de promovendus is aangesteld. Toch is het natuurlijk ook in dit geval mogelijk om zelf contact op te nemen met een instelling waar een gedeelte van het promotieonderzoek uitgevoerd kan worden. Naast het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek zijn ook praktische aspecten van belang zoals het vinden van financieren van het verblijf en onderzoek in het buitenland en het vinden van huisvesting.

Op deze pagina staan onder de kopjes Europese en Amerikaanse subsidieverstrekkers een aantal links die het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek in het buitenland mogelijk kunnen maken.

Cursussen

Het promotietraject kent een opleidingsdeel dat gevuld moet worden met het volgen van cursussen. Doorgaans wordt een onderscheid gemaakt tussen vakspecifieke cursussen gericht op kennisverwerving met betrekking tot de inhoud van je onderzoek en vakgebied en algemene cursussen die gericht zijn op het verwerven van transferable skills (bijvoorbeeld taalcursussen, presentatie- en schrijftechnieken, etc.). Maak met je promotor bij aanvang van het promotietraject afspraken over welke cursussen je gaat volgen en laat dit opnemen in het onderzoeks- en begeleidingsplan.
Veel onderzoeksscholen bieden de mogelijkheid cursussen te volgen. Soms echter zijn de cursussen binnen de onderzoeksschool of graduate school waartoe de promovendus behoort niet toereikend voor de promovendus. In dit geval kan het interessant zijn om op zoek te gaan naar onderzoeksscholen of graduate schools waar wel een cursus wordt aangeboden in het specifieke interessegebied van de promovendus. Het kan soms lastig zijn onderzoeksscholen te vinden die die cursussen aanbieden. Op de website van het KNAW zijn de erkende onderzoeksscholen en graduate schools binnen Nederland te vinden.

Uiteraard hoeft het zoeken naar cursussen zich niet te beperken tot Nederland. Op deze en deze website vind je links naar velerlei graduate en PhD-programma’s in de hele wereld. Ook binnen deze graduate schools kunnen vaak cursussen gevolgd worden door derden.

Onderzoeksplan

Het schrijven van een onderzoeksplan kan zorgen voor een goede start van je project. In een onderzoeksplan staat helder geformuleerd wat het doel is van je onderzoek, hoe je het onderzoek op gaat zetten en op welke manier de uitkomsten gedocumenteerd worden. Een onderzoeksplan kan hierdoor meer duidelijkheid scheppen in wat je wanneer wil gaan doen en als je dit samen met je begeleider kan doen is het voor alle partijen duidelijk wat wanneer verwacht mag worden en helpt het in een succesvolle afronding van je project. Voor een promovendus is een goedgekeurd onderzoeksplan vaak noodzakelijk om het contract na de eerste 12 tot 18 maanden verlengd te krijgen.

Er bestaan verschillende documenten waarin meer informatie over het schrijven van een onderzoeksplan te vinden is. Zo worden in “Elements of a Proposal” van Frank Pajares de verschillende elementen van een onderzoeksplan benoemd.

Meestal is een onderzoeksplan/voorstel ook noodzakelijk wanneer je na je promotie aan de slag wilt in de wetenschap. Het artikel “Writing a Research Plan” van Jim Austin, editor van Science Careers, biedt een leuke inkijk in hetgeen je kunt doen om beoordelaars jouw project te doen goedkeuren. Het artikel “On the Art of Writing Proposals” van Adam Przeworski en Frank Salomon geeft tips en trucs om succesvolle onderzoeksvoorstellen te schrijven in de social sciences.

Bovenstaande artikelen geven allen op hun eigen manier tips en trucs om een succesvol onderzoeksplan te schrijven. Het is belangrijk om zelf de elementen die voor jou van toepassing zijn eruit te halen. Het belangrijkste is dat je zorgt dat er een onderzoeksplan ligt voordat je begint met het daarwerkelijk uitvoeren van het onderzoek. Denk van te voren goed na over de te volgen stappen. Bovenstaande documenten geven je daarbij richtingaanwijzers. Net zo belangrijk, zo niet belangrijker, is dat je goed met je begeleider(s) en andere collega’s spart over jouw onderzoeksvoorstel. Succes!

Wat nu?

Als je (bijna) gepromoveerd bent, is het belangrijk jezelf de vraag te stellen: “wil ik verder in de wetenschap of aan de slag buiten de universitaire wereld?”. Om niet voor verrassingen te komen staan is het verstandig al tijdens je promotietraject te bekijken wat voor stappen je al zou kunnen nemen om je kansen in (één van) beide werelden te vergroten.

Carrièreperspectieven
Uit onderzoek is gebleken dat 80% van de promovendi een carrière in de wetenschap ambieert aansluitend op hun promotie. Echter, voor slechts 20% van alle promovendi is een aanstelling op de universiteit weggelegd, en nog eens 10% komt in onderzoeksgerelateerde functies buiten de universiteit terecht. De overige 70% komt na hun promotie terecht in functies in het bedrijfsleven, of bij de overheid.

De concurrentie om een aanstelling aan de universiteit na de promotie is dus groot! Er zijn maar weinig promovendi die direct een vaste aanstelling aan de universiteit aangeboden krijgen. De meest logische stap is te solliciteren naar een post-doc-functie. Dit is een tijdelijke functie van 2-4 jaar, toegespitst op een specifiek onderzoeksonderwerp. Naast het solliciteren naar een post-doc-functie is het mogelijk een subsidie aanvraag te schrijven, en zo je eigen aanstelling te creëren. Voor zojuist gepromoveerden zijn de meest gangbare subsidies de Rubicon, om ervaring op te doen aan een ander (buitenlands) instituut, en de VENI, waarbij je zelf een voorstel doet voor post-doc-onderzoek. Ook voor het toegezegd krijgen van een subsidie is de concurrentie in het algemeen erg groot. Kijk voor meer informatie op vacature– en subsidiepagina.

Naast een carrière in de wetenschap, is een carrière buiten de wetenschap een optie na de promotie. Hierbij kun je bijvoorbeeld denken aan beleidsfuncties bij de overheid en management en consultancy functies in het bedrijfsleven. Als je al tijdens je promotie al weet dat je in het bedrijfsleven verder wilt, is het handig je hier al tijdens je promotietraject op te oriënteren, en waar mogelijk contacten te leggen. Veel bedrijven in Nederland zien niet direct de toegevoegde waarde van een promotie in, boven bijvoorbeeld een masterdiploma. Vergeet echter niet dat je als gepromoveerde over het algemeen over uitstekende analytische en organisatorisch vaardigheden beschikt en geleerd hebt om je onderzoek te presenteren. Je hebt immers in vier jaar tijd zelfstandig een complex project tot een goed einde gebracht!

Dat de meeste promovendi goed terechtkomen blijkt uit het feit dat van de 60 duizend gepromoveerden die Nederland in de periode 2007/2010 rijk was, meer dan 80 procent een baan op wetenschappelijk niveau heeft. Onder niet-gepromoveerde academici is dit iets meer dan de helft. Daarnaast is er onder gepromoveerden een hogere arbeidsparticipatie en werken gepromoveerden vaker voltijds dan niet-gepromoveerden. Voor meer informatie zie: CBS.

Mijn contract loopt af, maar mijn proefschrift is nog niet klaar!
Op het moment dat je aanstelling afloopt, wil je natuurlijk dat je proefschrift af is. Soms is dat echter niet het geval. Heb je dan recht op een uitkering? En kun je dan nog verder werken aan je proefschrift? Als je contract afloopt of als je wordt ontslagen, zou je in aanmerking kunnen komen voor een WW of BW-uitkering (bovenwettelijke werkloosheids-uitkering). Om voor een uitkering in aanmerking te komen, mag je echter niet verder werken aan je proefschrift zolang je werkeloos bent, moet je beschikbaar zijn voor ander werk, ingeschreven staan bij het arbeidsbureau (CWI) en actief solliciteren. Als je verder werkt aan je proefschrift, gaat men ervan uit dat je arbeid verricht waarvoor een beloning mag worden verwacht, ongeacht of dit werk betaald wordt of niet. Je voldoet dan dus niet aan de criteria om een uitkering te ontvangen. Als je na je ontslag een deel van je tijd aan onbetaald werk besteed, kun je in aanmerking komen voor een gedeeltelijke WW-uitkering. Je moet dan minimaal vijf uur werkloos zijn. Je zult iedere maand moeten aangeven of je betaalde of onbetaalde arbeid hebt verricht en voor hoeveel uur. Het schrijven van je proefschrift wordt hierbij meegerekend. Als je je werkzaamheden aan je proefschrift niet opgeeft, wordt dit als fraude gezien. Het afschrijven van je disseratie tijdens je periode in de WW is dus niet zo vanzelfsprekend als veel promotores en begeleiders je willen doen voorkomen. Voor meer informatie zie: UWV.

Tips voor promovendi

Neem initiatief!
Dit geldt voor alles of het nou gaat om de richting van het onderzoek of een gebrek aan begeleiding. Veel dingen zijn zelf op te lossen. De richting van het onderzoek. Als de begeleider een andere kant op wil met het onderzoek dan de promovendus, kijk dan samen wat de mogelijkheden zijn. Wellicht kunnen er meerdere theorieën of methoden naast elkaar worden gebruikt? Is dit niet het geval, dan dient bedacht te worden dat de promotor een ervaren wetenschapper is en dat hij de promovendus waarschijnlijk een kant op wil sturen omdat hij daar de meeste expertise in heeft en de beginnend onderzoeker dus veel kan leren op dat terrein. Daarnaast kan in het discussiehoofdstuk van de dissertatie wellicht op een diplomatieke manier ingaan worden op de voor- en de nadelen van de desbetreffende methode, en kunnen suggesties worden gegeven voor een andere manier van onderzoek. Verder dient de promovendus zijn positie in de gaten te houden. Iemand die net twee maanden begonnen is krijgt waarschijnlijk minder voor elkaar dan een promovendus die er al drie jaar zit. Wel is het misschien zo dat de fundamentele keuzes dan al gemaakt zijn.

Indien een conflict ontstaat en bovengenoemd advies geen oplossing biedt, dan dient de promovendus zich serieus af te vragen of hij wel verder wil bij zijn promotor of dat hij wellicht op zoek moet gaan naar een andere promotor (al zal dat niet makkelijk zijn). De praktijk leert dat als promovendus en de hoogleraar het wetenschappelijk oneens zijn met elkaar de strijd veelal wordt beslist in het voordeel van de laatste, gezien zijn hiërarchisch hogere positie. Bij een conflict met de dagelijks begeleider kan de promotor wellicht om een andere begeleider gevraagd worden, al ligt dit ook zeer gevoelig. Verder is het handig in dergelijke situaties een derde opinie te vragen, bijvoorbeeld van de (facultaire) vertrouwenspersoon als die er is, een aio-coördinator of een daartoe aangewezen persoon (in sommige gevallen de onderwijsdirecteur) van de onderzoeksschool.

Schrijf, schrijf, schrijf!
Een belangrijke aanbeveling die promovendi van de onderzoeksschool op het gebied van communicatiewetenschap (NESCoR) deden aan beginnende promovendi is om vooral snel te beginnen met schrijven. Door iets op papier te zetten (in de vorm van een ‘working paper’ bijvoorbeeld) kunnen collega’s het werk van de promovendus lezen en wordt een uitgangspunt voor discussie gecreëerd. Daarnaast kan van dit paper met behulp van het commentaar van collega’s wellicht een artikel gemaakt worden.
Het schrijven van artikelen tijdens het promotieonderzoek verhoogt over het algemeen de waarde van een onderzoeker op de universitaire arbeidsmarkt. Tevens doe de promovendus zo ervaring op met schrijven en kan de kritiek van wetenschappers uit het veld gebruikt worden om het promotieonderzoek verbeteren.

Zorg voor voldoende begeleiding
Als de begeleiding te wensen overlaat ga dan zelf op zoek naar meer begeleiders. Hierbij kan gedacht worden aan een post-doc die op hetzelfde terrein onderzoek doet. Voordeel is dat deze dicht bij de promovendus staat, omdat hij zelf nog niet zo lang geleden gepromoveerd is. Stel aan de promotor voor om deze persoon ‘dagelijks begeleider’ of ‘co-promotor’ te maken. Een andere optie is het instellen van een begeleidingscommissie. Zoek meerdere personen die zich bezighouden met hetzelfde onderwerp of op een ander relevant terrein expertise bezitten. Overleg met de promotor wat hij vindt van het idee en of hij suggesties heeft voor leden in de begeleidingscommissie. Stuur de leden van de begeleidingscommissie een brief en zet daarin de werkwijze uiteen. Bijvoorbeeld: er wordt minimaal 1 maal per jaar vergaderd, van de leden van de begeleidingscommissie wordt verwacht dat ze commentaar geven op tussenproducten. Hou er rekening mee dat naarmate er meer mensen bij het project betrokken zijn de kans groter wordt dat er tegengestelde adviezen worden gegeven. Een ander punt is dat besluitvorming en overleg hierdoor langer kan duren.

Bezoek congressen
Het verdient aanbeveling (een deel van) het promotieonderzoek middels een paper te presenteren op een wetenschappelijk congres11. Het commentaar dat hierop gegeven wordt kan erg nuttig zijn. Bijvoorbeeld doordat punten naar voren komen waaraan nog niet eerder was gedacht. Tevens werkt het stimulerend om met wetenschappers te praten die op (min of meer) hetzelfde terrein onderzoek doen.

Cursussen
Kijk of er cursussen zijn op relevante gebieden. Het meest voor de hand liggen cursussen van de onderzoeksschool. Als die er niet zijn, kijk dan naar cursussen van onderzoeksscholen op aanverwante (inhoudelijk danwel methodologisch) gebieden. Tevens kan gedacht worden aan algemene cursussen zoals cursussen over projectplanning, wetenschappelijk schrijven, ‘Writing English for Publications’ of het geven van onderwijs.

Plaatselijk promovendi-overleg
Zoek contact met een plaatselijk promovendi-overleg. De plaatselijke overleggen houden promovendi goed op de hoogte van wat er speelt, en tevens kunnen ervaringen met andere promovendi uitgewisseld worden.

Onderzoeksscholen en Graduate Schools
Wanneer het promotietraject aangevangen wordt, wordt de promovedus in veel gevallen automatisch aangemeld bij een onderzoeksschool of graduate school. Dit kan verschillende voordelen hebben. Hier worden vaak cursussen aangeboden die interessant kunnen zijn voor de promovendus. Daarnaast is het in sommige gevallen mogelijk om fondsen van deze onderzoeksscholen of graduate schools aan te spreken voor cursussen buiten de eigen onderzoeksschool of voor bijvoorbeeld congresbezoeken. Ook geven sommige van deze onderzoeksscholen of graduate schools een bonus wanneer de promovendus binnen vier jaar promoveert.

In sommige gevallen wordt de promovendus echter niet automatisch aangemeld bij een onderzoeksschool of graduate school. In dit geval is het verstandig om zelf het initiatief te nemen en zelf een onderzoekschool of graduate school te benaderen. Dit bij voorkeur in overleg met de promotor.

Functioneringsgesprek
Vraag de promotor/begeleider om een functioneringsgesprek. De promovendus dient hierbij helder zijn verwachtingen, moeilijkheden, vragen met betrekking tot het onderzoek en de verdere invulling van het promotietraject, aan te geven. Verder verdient het aanbeveling een inhoudelijke indeling en procesmatige planning te maken zodat helder is ‘hoe het ervoor staat’. Hier dient in een volgend gesprek met de promotor/begeleider (de follow-up) op terug te worden gekomen. Pas de gemaakte planningen, indien nodig, aan.

Afspraken over auteurschap
Maak voor aan een gezamenlijk artikel begonnen wordt heldere onderlinge afspraken over het auteurschap (zie ook Fine & Kurdek, 1993). Vaak is het zo dat degene die het eerste concept schrijft van het artikel (en het meeste werk doet), eerste auteur is. Als data van de promovendus gebruikt worden dient hij in ieder geval mede-auteur te zijn. Fine & Kurdek (1993) geven aan dat een voorname positie mede auteurschap niet rechtvaardigt en dat de promovendus gewoonlijk eerste auteur is als het gaat om een artikel dat door meerdere auteurs is geschreven en dat voornamelijk gebaseerd is op het promotieonderzoek van de promovendus. Zie als voorbeeld ook de richtlijnen van de ethische commissie van de American Psychological Association (1983).

Lees het promotiereglement
En doe dat voordat je aan je promotie begint! Als je niet voor nare verrassingen wilt komen te staan, dan doe je er goed aan het promotiereglement van je universiteit te lezen. Daarin staat namelijk waar je aan moet voldoen om met een promotie te starten, wat de regels precies zijn voor het promotietraject en ook hoe de procedure rond de promotie zelf geregeld is.

Correspondentie
Bewaar correspondentie met de promotor/begeleider. Aangezien veel correspondentie per e-mail gaat is het handig hiervoor een speciale map (directory) te creëren.

PhD Vacatures

Zoeken naar een promotieplaats begint met het aanboren van het netwerk dat reeds tot je beschikking staat. Hoewel het PNN zich inzet dat promotieplaatsen ingevuld worden aan de hand van the Code of Conduct for the Recruitment of Researchers van de Europese Commissie en dat alle posities volgens open, objectieve en openbare procedures ingevuld worden, blijkt de praktijk weerbarstig. Dat betekent dat veel promotieplaatsen worden gevuld via het netwerk van de hoogleraar. Laat dus aan zoveel mogelijk academici weten dat je graag wil promoveren.

“PhD Vacatures” verder lezen

Onderzoeksscholen

In Nederland maakt een groot aantal van de promotietrajecten deel uit van een landelijke onderzoekschool. Deze, vaak interuniversitaire, organisaties bieden vakinhoudelijke cursussen aan promovendi, faciliteren kennisuitwisseling en leveren een externe begeleider die bij eventuele problemen tijdens het promotietraject kan bemiddelen. Bovendien zijn deze onderzoeksscholen bij uitstek geschikt om potentiële promovendi een overzicht te bieden van de keuzemogelijkheden binnen het Nederlandse academische landschap, waardoor jong talent zelf kan kiezen voor een promotieonderwerp en promotor. Het PNN pleit in dit charter daarom voor het behoud van een belangrijke rol voor bestaande landelijke onderzoeksscholen

“Onderzoeksscholen” verder lezen