Teleurstellende uitspraak in zaak bursaalpromovendi

Het Promovendi Netwerk Nederland (PNN) vindt de uitspraak van het gerechtshof in Leeuwarden in de zaak van de vakbond Abvakabo FNV tegen de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) een uitermate teleurstellende ontwikkeling. Volgens het hof zijn Groningse bursaalpromovendi geen werknemers maar studenten, zogenaamde “promotiestudenten”. Dat er naast werknemerspromovendi nu ook studentpromovendi zijn, veroorzaakt een devaluatie van het hoog aangeschreven Nederlandse promotietraject, dat als voorbeeld voor andere Europese landen wordt aangehaald. De Europese Commissie heeft gesteld dat promovendi in heel Europa als early stage researchers werknemersstatus zouden moeten hebben.

De uitspraak van de rechter was zeer verrassend, zeker aangezien de werknemerspositie herhaaldelijk werd bevestigd tijdens eerdere processen tegen de Universiteit van Amsterdam en 2006 en de Universiteit Utrecht in 2000. Daarnaast heeft minister Bussemaker onlangs, na een negatief advies van de Raad van State, de mogelijkheid om promovendi aan te stellen met studentenstatus geschrapt uit een voorstel tot wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

De uitspraak positioneert promovendi als studenten, terwijl zij afgestudeerde academici zijn, die volledig gekwalificeerd zijn voor het verrichten van het wetenschappelijk onderzoek. Zij zijn essentieel voor de wetenschappelijke output van de Nederlandse universiteiten. Naast het verrichten van onderzoek en het publiceren van artikelen verzorgen werknemerspromovendi ook onderwijs aan studenten.

Promotiestudenten mogen geen onderwijs geven, terwijl het opdoen van onderwijservaring essentieel is voor een toekomstige positie als universitair docent en zeer waardevol voor functies buiten de wetenschap.

De RUG stelt dat promotiestudenten een grotere vrijheid hebben bij de keuze van hun promotie-onderwerp. In werkelijkheid blijft deze keuze in sterke mate afhankelijk van de promotor en de onderzoekslijnen binnen een afdeling.

Bovendien bouwen promotiestudenten geen pensioen op tijdens hun vierjarig onderzoek en hebben zij geen recht op zwangerschapsverlof, werknemersverzekering of een eigen werkplek.

Het PNN begrijpt dat het aanstellen van promovendi als studenten financieel aantrekkelijk is voor universiteiten en denkt dan ook dat werknemerspromovendi in de toekomst door deze mogelijkheid verdrongen worden. Voor promovendi wordt het zo echter steeds minder aantrekkelijk om te starten met een promotietraject, waardoor getalenteerde kandidaten ervoor zullen kiezen om niet of in het buitenland te gaan promoveren.