Reflectie PNN op Debatreeks ‘Vertrouwen in de Wetenschap’

Op verzoek van het ministerie van OCW organiseerden het Rathenau Instituut en de WRR een debatreeks over het thema ‘ Vertrouwen in de Wetenschap’. Ook PNN was bij deze debatten aanwezig. Immers: de promovendi van nu zijn de hoogleraren van morgen. De sloteditie van de debatreeks op 14 april stond in het teken van toekomstbestendige wetenschap: welke stappen moeten wij – wetenschappers, maatschappelijke organisaties, overheid, beleidsmakers, bedrijven en burgers – nu nemen om het vertrouwen in de wetenschap te behouden? Welke veranderingen zijn er gaande en hoe spelen we hier op in? We duiden de belangrijkste uitkomsten van het debat. En geven daarnaast aan waar volgens PNN de grootste kansen, maar ook de grootste valkuilen liggen.

Een belangrijk punt van discussie was de hoeveelheid eisen die er aan wetenschappers wordt gesteld. Meerdere wetenschappers, zoals Frank Miedema (Universitair Medisch Centrum Utrecht, Science in Transition) en Beatrice de Graaf (Universiteit Utrecht) gaven aan dat je tegenwoordig als wetenschapper een soort ‘schaap met de vijf poten’ moet zijn: je moet in internationaal hoog aangeschreven tijdschriften publiceren, veel subsidies binnenhalen, goed onderwijs geven, in de media optreden en maatschappelijke problemen oplossen. Tegelijkertijd word je slechts op de eerste twee punten echt afgerekend als je carrière in de academische wereld wilt maken; het doen van praktisch onderzoek (dat niet in internationaal hoog aangeschreven tijdschriften wordt gepubliceerd) en het overbrengen van kennis worden veel minder meegewogen. Dit punt werd ook door de bestuursleden van PNN beaamd.

Enigszins hiermee in tegenspraak lijkt de beweging te zijn naar financiering van meer praktische toepassingen van wetenschappelijk onderzoek, zoals in het EU-gefinancierde programma Horizon 2020. Robert Jan Smits (DG Onderzoek & Innovatie, Europese Commissie) is verantwoordelijk voor dit programma en vertelde hoe zijn medewerkers burgers hebben betrokken bij het opstellen van dit programma. Hij gaf aan dat hij verwacht dat Nederland hier veel financiering binnenhaalt. Volgens hem heeft de Nederlandse wetenschap een goede internationale reputatie: Nederland haalt netto ongeveer 2 miljard euro meer binnen aan ERC subsidies dan we ervoor betalen.

Dit roept de vraag op of Nederland wel moet streven naar verandering. We doen het internationaal gezien namelijk goed, niet alleen wat betreft het binnenhalen van ERC subsidies, maar ook qua aantallen publicaties en in internationale ranglijsten. Uit het publiek kwam dan ook de terechte vraag of Nederland in haar streven de wetenschap anders te organiseren niet andere Europese landen moet betrekken. Het wetenschapsbedrijf is in toenemende mate een Europese aangelegenheid geworden en Nederland kan niet in haar eentje het wetenschapsbeleid veranderen.

Desalniettemin concluderen we dat zowel de aanwezige wetenschappers als beleidsmakers vinden dat de organisatie van de wetenschap moet veranderen, maar over hoe dat moet gebeuren, verschillen de meningen. Als PNN willen we in het licht van dit vraagstuk de volgende punten benadrukken:

  • De academische wereld is een internationale wereld. Nederland doet het internationaal gezien uitstekend. We mogen ambitie tonen en voorop lopen in deze transitie, maar we moeten niet denken in ons eentje het hele wetenschappelijke systeem te kunnen veranderen. We moeten daarom medestanders in Europa, maar eigenlijk over de hele wereld vinden. Wij zien hier een belangrijke rol voor de overheid / Nederlandse afgevaardigden in de EU weggelegd.
  • Het is belangrijk als de wetenschap op zoek gaat naar antwoorden op maatschappelijke vragen die er op dit moment zijn. Maar, wetenschappers moeten ook de kans krijgen om antwoorden te vinden op vragen waarvan we op dit moment nog niet weten dat we die in de toekomst zullen krijgen. Wetenschappers moeten die vrijheid blijven krijgen. Dit vraagt om een harmonieuze benadering van financiering op de korte, middellange en lange termijn.
  • Jong geleerd is oud gedaan. Op dit moment zijn er voor promovendi onvoldoende prikkels zich gedurende hun promotietraject ook op maatschappelijk gebied te ontwikkelen. De promovendi die dit wel doen, zijn hier vaak intrinsiek voor gemotiveerd. Indien je als promovendus door wil in de wetenschap, wordt je vrijwel volledig ‘afgerekend’ op wetenschappelijke publicaties. Terwijl de wetenschap van de toekomst nu juist vraagt om zowel wetenschappelijk als maatschappelijk georiënteerde academici. Deze dreigen op dit moment hun heil buiten de wetenschap te zoeken.

Een uitgebreide samenvatting van het debat is te lezen op de site van het Rathenau Instituut.