Geen onderbouwing ‘bursalenplan’

11 mei 2011

Staatssecretaris Zijlstra gaat ervan uit dat universiteiten circa € 10 miljoen minder kosten per jaar hebben wanneer zij bursaalpromovendi aannemen in plaats van werknemer-promovendi. Hoe hij op dit bedrag komt, is echter niet duidelijk, maar “een betere onderbouwing dan dit is er op dit moment niet”, aldus de staatssecretaris in antwoord op kamervragen. Het Promovendi Netwerk Nederland vindt dat een wankele basis voor invoering van een bursalenstelsel.

Met de komst van een bursalenstelsel kunnen universiteiten promovendi aanstellen als ‘bursaalstudent’ in plaats van als werknemer. Het Promovendi Netwerk Nederland (PNN) is kritisch over deze aanstellingsvorm: promovendi hebben geen recht op verlof of pensioensopbouw en krijgen slechts een beurs om van te leven. (Meer over de negatieve gevolgen van de invoering van bursalen in de bijlage).

De reden om de mogelijkheden voor het aanstellen van bursaalpromovendi te verruimen, is dat universiteiten dan geen fiscale afdrachten hoeven te betalen. Volgens Zijlstra kunnen universiteiten van die 10 miljoen elk jaar 350 tot 400 extra promotieplaatsen creëren. Zijlstra laat echter niet weten hoeveel werknemer-promovendi-plaatsen dit gaat kosten, of hoeveel bursaalpromovendi er in hun plaats worden aangesteld.

Op initiatief van het PNN stelde Tweede Kamerlid Jadnanansing kamervragen over de ‘opbrengst’ van het bursalenstelsel. Het PNN wilde weten op welke berekeningen en onderbouwingen Zijlstra zijn plannen voor het introduceren van het bursalenstelsel baseert.

Alhoewel Zijlstra eerder aangaf dat het bursalenstelsel geen doel op zich is, maar slechts een uitbreiding van de keuzevrijheid voor universiteiten, valt uit zijn antwoord op de kamervragen op te maken dat hij van universiteiten als ‘tegenprestatie’ verwacht dat zij voor extra promotieplaatsen zorgen:”Ik zal de ontwikkeling monitoren”. Het PNN vraagt zich af hoe deze monitoring plaatsvindt, en ook welke consequenties worden gekoppeld aan de uitkomst van deze monitoring.
De vraag is namelijk of universiteiten, in tijden van bezuinigingen, wel geld hebben om extra promovendi aan te nemen. Bovendien betekent een toename van het aantal promovendiplaatsen met 400 extra posities per jaar, dat er een evenredige toename aan promovendi-begeleiding moet komen. Alle promovendi hebben begeleiding nodig van een ervaren wetenschapper en dat kost geld. Over extra (financiële) ondersteuning aan universiteiten voor deze begeleiding, spreekt Zijlstra niet. Met de aankomende bezuinigingen in het Hoger Onderwijs, vreest het PNN voor de kwaliteit van de begeleiding van promovendi.