Tips voor promovendi

Neem initiatief!
Dit geldt voor alles of het nou gaat om de richting van het onderzoek of een gebrek aan begeleiding. Veel dingen zijn zelf op te lossen. De richting van het onderzoek. Als de begeleider een andere kant op wil met het onderzoek dan de promovendus, kijk dan samen wat de mogelijkheden zijn. Wellicht kunnen er meerdere theorieën of methoden naast elkaar worden gebruikt? Is dit niet het geval, dan dient bedacht te worden dat de promotor een ervaren wetenschapper is en dat hij de promovendus waarschijnlijk een kant op wil sturen omdat hij daar de meeste expertise in heeft en de beginnend onderzoeker dus veel kan leren op dat terrein. Daarnaast kan in het discussiehoofdstuk van de dissertatie wellicht op een diplomatieke manier ingaan worden op de voor- en de nadelen van de desbetreffende methode, en kunnen suggesties worden gegeven voor een andere manier van onderzoek. Verder dient de promovendus zijn positie in de gaten te houden. Iemand die net twee maanden begonnen is krijgt waarschijnlijk minder voor elkaar dan een promovendus die er al drie jaar zit. Wel is het misschien zo dat de fundamentele keuzes dan al gemaakt zijn.

Indien een conflict ontstaat en bovengenoemd advies geen oplossing biedt, dan dient de promovendus zich serieus af te vragen of hij wel verder wil bij zijn promotor of dat hij wellicht op zoek moet gaan naar een andere promotor (al zal dat niet makkelijk zijn). De praktijk leert dat als promovendus en de hoogleraar het wetenschappelijk oneens zijn met elkaar de strijd veelal wordt beslist in het voordeel van de laatste, gezien zijn hiërarchisch hogere positie. Bij een conflict met de dagelijks begeleider kan de promotor wellicht om een andere begeleider gevraagd worden, al ligt dit ook zeer gevoelig. Verder is het handig in dergelijke situaties een derde opinie te vragen, bijvoorbeeld van de (facultaire) vertrouwenspersoon als die er is, een aio-coördinator of een daartoe aangewezen persoon (in sommige gevallen de onderwijsdirecteur) van de onderzoeksschool.

Schrijf, schrijf, schrijf!
Een belangrijke aanbeveling die promovendi van de onderzoeksschool op het gebied van communicatiewetenschap (NESCoR) deden aan beginnende promovendi is om vooral snel te beginnen met schrijven. Door iets op papier te zetten (in de vorm van een ‘working paper’ bijvoorbeeld) kunnen collega’s het werk van de promovendus lezen en wordt een uitgangspunt voor discussie gecreëerd. Daarnaast kan van dit paper met behulp van het commentaar van collega’s wellicht een artikel gemaakt worden.
Het schrijven van artikelen tijdens het promotieonderzoek verhoogt over het algemeen de waarde van een onderzoeker op de universitaire arbeidsmarkt. Tevens doe de promovendus zo ervaring op met schrijven en kan de kritiek van wetenschappers uit het veld gebruikt worden om het promotieonderzoek verbeteren.

Zorg voor voldoende begeleiding
Als de begeleiding te wensen overlaat ga dan zelf op zoek naar meer begeleiders. Hierbij kan gedacht worden aan een post-doc die op hetzelfde terrein onderzoek doet. Voordeel is dat deze dicht bij de promovendus staat, omdat hij zelf nog niet zo lang geleden gepromoveerd is. Stel aan de promotor voor om deze persoon ‘dagelijks begeleider’ of ‘co-promotor’ te maken. Een andere optie is het instellen van een begeleidingscommissie. Zoek meerdere personen die zich bezighouden met hetzelfde onderwerp of op een ander relevant terrein expertise bezitten. Overleg met de promotor wat hij vindt van het idee en of hij suggesties heeft voor leden in de begeleidingscommissie. Stuur de leden van de begeleidingscommissie een brief en zet daarin de werkwijze uiteen. Bijvoorbeeld: er wordt minimaal 1 maal per jaar vergaderd, van de leden van de begeleidingscommissie wordt verwacht dat ze commentaar geven op tussenproducten. Hou er rekening mee dat naarmate er meer mensen bij het project betrokken zijn de kans groter wordt dat er tegengestelde adviezen worden gegeven. Een ander punt is dat besluitvorming en overleg hierdoor langer kan duren.

Bezoek congressen
Het verdient aanbeveling (een deel van) het promotieonderzoek middels een paper te presenteren op een wetenschappelijk congres11. Het commentaar dat hierop gegeven wordt kan erg nuttig zijn. Bijvoorbeeld doordat punten naar voren komen waaraan nog niet eerder was gedacht. Tevens werkt het stimulerend om met wetenschappers te praten die op (min of meer) hetzelfde terrein onderzoek doen.

Cursussen
Kijk of er cursussen zijn op relevante gebieden. Het meest voor de hand liggen cursussen van de onderzoeksschool. Als die er niet zijn, kijk dan naar cursussen van onderzoeksscholen op aanverwante (inhoudelijk danwel methodologisch) gebieden. Tevens kan gedacht worden aan algemene cursussen zoals cursussen over projectplanning, wetenschappelijk schrijven, ‘Writing English for Publications’ of het geven van onderwijs.

Plaatselijk promovendi-overleg
Zoek contact met een plaatselijk promovendi-overleg. De plaatselijke overleggen houden promovendi goed op de hoogte van wat er speelt, en tevens kunnen ervaringen met andere promovendi uitgewisseld worden.

Onderzoeksscholen en Graduate Schools
Wanneer het promotietraject aangevangen wordt, wordt de promovedus in veel gevallen automatisch aangemeld bij een onderzoeksschool of graduate school. Dit kan verschillende voordelen hebben. Hier worden vaak cursussen aangeboden die interessant kunnen zijn voor de promovendus. Daarnaast is het in sommige gevallen mogelijk om fondsen van deze onderzoeksscholen of graduate schools aan te spreken voor cursussen buiten de eigen onderzoeksschool of voor bijvoorbeeld congresbezoeken. Ook geven sommige van deze onderzoeksscholen of graduate schools een bonus wanneer de promovendus binnen vier jaar promoveert.

In sommige gevallen wordt de promovendus echter niet automatisch aangemeld bij een onderzoeksschool of graduate school. In dit geval is het verstandig om zelf het initiatief te nemen en zelf een onderzoekschool of graduate school te benaderen. Dit bij voorkeur in overleg met de promotor.

Functioneringsgesprek
Vraag de promotor/begeleider om een functioneringsgesprek. De promovendus dient hierbij helder zijn verwachtingen, moeilijkheden, vragen met betrekking tot het onderzoek en de verdere invulling van het promotietraject, aan te geven. Verder verdient het aanbeveling een inhoudelijke indeling en procesmatige planning te maken zodat helder is ‘hoe het ervoor staat’. Hier dient in een volgend gesprek met de promotor/begeleider (de follow-up) op terug te worden gekomen. Pas de gemaakte planningen, indien nodig, aan.

Afspraken over auteurschap
Maak voor aan een gezamenlijk artikel begonnen wordt heldere onderlinge afspraken over het auteurschap (zie ook Fine & Kurdek, 1993). Vaak is het zo dat degene die het eerste concept schrijft van het artikel (en het meeste werk doet), eerste auteur is. Als data van de promovendus gebruikt worden dient hij in ieder geval mede-auteur te zijn. Fine & Kurdek (1993) geven aan dat een voorname positie mede auteurschap niet rechtvaardigt en dat de promovendus gewoonlijk eerste auteur is als het gaat om een artikel dat door meerdere auteurs is geschreven en dat voornamelijk gebaseerd is op het promotieonderzoek van de promovendus. Zie als voorbeeld ook de richtlijnen van de ethische commissie van de American Psychological Association (1983).

Lees het promotiereglement
En doe dat voordat je aan je promotie begint! Als je niet voor nare verrassingen wilt komen te staan, dan doe je er goed aan het promotiereglement van je universiteit te lezen. Daarin staat namelijk waar je aan moet voldoen om met een promotie te starten, wat de regels precies zijn voor het promotietraject en ook hoe de procedure rond de promotie zelf geregeld is.

Correspondentie
Bewaar correspondentie met de promotor/begeleider. Aangezien veel correspondentie per e-mail gaat is het handig hiervoor een speciale map (directory) te creëren.