Dubieuze contracten, geen maatwerk

17 oktober 2017 – Het PNN is verbaasd over en teleurgesteld in de antwoorden van Minister Bussemaker van OCW op Kamervragen van GroenLinks. In haar antwoorden baseert de minister zich op feitelijke onjuistheden, spreekt ze zichzelf tegen en geeft ze alternatieve verklaringen die niet onderbouwd worden – en die ook niet juist zijn, zo blijkt uit ons onderzoek. Het PNN is dan ook blij dat Zihni Ozdil (GroenLinks) voet bij stuk houdt en na het herfstreces de Minister verder op dit thema gaat bevragen. Wij kijken uit naar een constructief gesprek met de nieuwe Minister van OCW over de wijze waarop promovendi worden aangesteld aan de Nederlandse universiteiten.

Feitelijke onjuistheden

De Minister stelt dat “bijna 90%” van de vacatures in ons onderzoek, zowel in 2015 als in 2016, vierjarige fulltime-contracten betreft. Dit kan niet worden geconcludeerd op basis van ons onderzoek. Promovendi kregen zowel in 2015 als in 2016 in slechts 83% van de gevallen een vierjarig contract – zij het parttime, zij het fulltime -aangeboden. De Minister poneert dat observaties uit twee opeenvolgende jaren niet genoeg zijn om een trend te duiden. Volgens haar kunnen wij dus niet stellen dat het aandeel ‘dubieuze contracten’ is toegenomen. Vervolgens stelt ze dat het “een stap in goede richting is” als ze verwijst naar de door ons niet te staven cijfers van de vierjarige fulltime contracten. Als er al een stap is gedaan, wat volgens de Minister zelf niet mag worden geconcludeerd uit ons onderzoek, dan is het een stap in verkeerde richting.

Daarnaast plaatst de Minister vraagtekens bij de methode van ons onderzoek: zij stelt dat enkel naar vacatures kijken niet valide is. De Minister heeft in zoverre gelijk dat een vacature niet per se hetzelfde is als het daadwerkelijke contract. Ook klopt het dat niet alle vacante promotieplaatsen belanden op AcademicTransfer. Maar als promovendi mogen wij ervan uitgaan dat een vacaturetekst de intentie van de werkgever uiteenzet en dat daarmee het arbeidsaanbod wordt gereflecteerd. Bovendien onderzoeken wij nog steeds een groot deel van de jaarlijkse instroom, als er 5000 promoties per jaar plaatsvinden en wij bijna 1500 vacatures in een jaar kunnen analyseren. De verdeling van de vacatures over de universiteiten duidt ook op een representatieve groep. Liever zouden wij ons onderzoek baseren op alle afgesloten promovendi-contracten, maar daar werken de universiteiten – tot op heden – niet aan mee. Daarom moeten we het doen met de cijfers die beschikbaar zijn.

Tegenstrijdigheden

De gemiddelde promotieduur ligt op vijf jaar, slechts een kwart van de promoties wordt binnen vier jaar afgerond (Promoveren in Nederland, Rathenau Instituut 2014). Als wij stellen dat enkel de contracten onder de vier jaar dubieus zijn, dan zijn we nog vriendelijk: 75% van de vierjarige contracten resulteert namelijk ook in over- of doorwerken, bijvoorbeeld in de WW. Als de minister dus stelt dat zij niet wil dat promovendi doorwerken in eigen tijd – tijdens of na hun contract – dan geeft ze daarmee feitelijk steun aan onze conclusie dat minstens 14% van de contracten daar ontegenzeggelijk op uitdraait (Monitor Arbeidsvoorwaarden Promovendi, PNN 2017). Hiermee willen wij zeker niet toewerken naar een situatie waarin contracten automatisch verlengd worden naar gelang de eventuele uitloop van de werkzaamheden van een promovendus. Wel streeft het PNN naar een reële contractduur ten opzichte van de werkzaamheden, die in ieder geval de vierjarige norm van de KNAW voor een kwalitatief hoogwaardig promotietraject reflecteert.

Alternatieve verklaringen

De Minister stelt: “de dienstverbanden van drie jaar zijn over het algemeen een vervolg op een (tweejarige) research master”, zonder daarbij een onderbouwing te geven dat dit ‘maatwerk’ ook daadwerkelijk zo wordt bewerkstelligd. Wij bekeken de vacatures voor driejarige promovendi contracten (N=129) en analyseerden of er sprake was van ‘maatwerk’. Als deze vacatures maatwerk zouden betreffen zijn, zou de vacature-tekst vermelden dat je alleen kunt solliciteren als je een research-master hebt afgerond. Hier is echter helemaal geen sprake van. Slechts in 16,3% van de gevallen werd een research-master vermeld als vereiste in vacaturetekst. Kortom, driejarige contracten zijn over het algemeen helemaal geen maatwerk, maar een bewuste keuze van een universiteit om een jonge wetenschapper een driejarig contract te bieden en daarbij op de koop toe te nemen dat dit proefschrift statistisch gezien vaak niet binnen die tijd kan worden afgerond.